Naar de wegkruisen in en rond Eys

Wat zie je daar op de hoek van het kruispunt?  Op zoveel plekken in Zuid-Limburg, ook midden in het bos! Een man aan een houten kruis? Is daar een moord gepleegd?  Of moet het kruis juist onheil afwenden? Welke schietgebedjes zijn daar gedaan? Wie weet nog wat een schietgebedje is? Ga met ons mee en ontdek de verhalen achter dit typisch Zuid-Limburgse cultuurerfgoed.

 

Nergens vind je zoveel weg- en veldkruisen als in Zuid-Limburg. Ze geven een extra cachet aan het mooie landschap. Maar wat is de achtergrond van al die kruisen, hoe is het begonnen? Wat willen ze ons vertellen? Nieuwsgierig geworden?

We nemen u mee voor een korte dorpswandeling met onontdekte achterompaadjes of voor een uitgebreide natuurwandeling door het heuvellandschap rondom Eys. De gids vertelt u over de reden van plaatsing van de diverse kruisen, hun geschiedenis en betekenis.  Ook door hun relatie met bijzondere gebouwen, zoals de kerk, die de Duitse Graaf van Plettenberg liet bouwen of een schuilkelder uit de tweede wereldoorlog komt het verleden tot leven.

 

Maar misschien horen we onderweg ook roep van de buizerd of kunnen we de bloeiende meidoorn zien en ruiken. De combinatie van natuur en cultuur op deze tochten geeft een verdiepte beleving van het eigen karakter van Zuid-Limburg.

 

Afhankelijk van de interesse en/of de conditie van de groep kan gekozen worden voor een kortere (dorps-)wandeling langs een aantal wegkruisen, al dan niet met een klimmetje naar een mooi uitzichtpunt, of voor een langere natuurwandeling, met de kruisen als mooie intermezzo’s. Er is een noordelijke en een zuidelijke route beschikbaar. De afstanden variëren van 5-11 kilometer.

Startplaatsen:

  1. Herberg “Bie de Tantes”, Wittemerweg 29, 6287 AA Eys.
    2. Bernardushoeve, Mingersborg 20-22, 6367 JX Voerendaal (Voor de langste, noordelijke route)
    Afhankelijk van uw wensen kan er ook voor andere start en/of rustpunten gekozen worden.

Geologische themawandeling “Wat de Maas rond Spaubeek achterliet”

Tijdens deze prachtige natuurwandeling nemen we u mee op een ‘reis terug in de tijd’. Door uw ogen en oren de kost te geven snapt u na afloop niet alleen waarom er zilverzand in Limburg ligt, maar heeft u tevens ervaren welke sporen de Maas en de ijstijden hier in het landschap in een paar miljoen jaar hebben achtergelaten.


In de ‘noordelijke lus’ passeert u de meanderende Geleenbeek en het AZC Sweikhuizen (het vroegere Retraitehuis) en loopt u door het Stammenderbos, waar broekbossen en de Pepelsberg bijzondere natuur-elementen vormen. Onderweg zien we authentieke boerenhoeves en passeren boomgaarden met de Sweikesener Rèngelaote. Via fraaie hellingbossen met hun karakteristieke droogdalen krijgen we zicht op kasteel Terborgh, passeren de Geleenbeek en zien de grote gele kwikstaart mogelijk foerageren. Een korte stop bij de Annakapel om de ‘keientuin’ te bekijken, mogen we zeker niet missen. Talloze bijzondere Maasgesteenten liggen hier, in een oase van rust, verzameld rond de kapel. De stenen tonen de diversiteit aan steensoorten die de Maas heeft achtergelaten.

In de ‘zuidelijke lus’ komen wij via ‘Huis Ten Dijcken’ en het buurtschap Hegge in het ‘pareltje’ Diependaal. Wij zien fraaie graften, échte holle wegen en afhankelijk van het seizoen hellingen met speenkruid, bosanemoon of gevlekte aronskelk. Onderweg passeren we een ‘geologisch monument’ in de vorm van autochtoon conglomeraat. Via het plateau van Schimmert lopen wij langs ‘groeve Bruls’. Daar openbaart zich een prachtig geologisch profiel, variërend van duidelijk zichtbare lösslagen, met daaronder afzettingen van zand, grind en zilverzand. Het zijn de getuigenissen van lokale binnenzeeën, een uitbundige Maas en de latere ijstijden. Door het Spaubekerbos en langs de restanten van een voormalig openluchttheater komen wij bij ons beginpunt terug.

Startplaats:

NS-station Spaubeek, Op ’t Veldje 1, 6171 BL Spaubeek
U kunt voor de ’noordelijke’ of de ‘zuidelijke lus’ (of beiden) kiezen.
Restaurant Biesenhof, gasterie de Bokkenreyer en gasterij Kasteel Terborgh liggen langs de ‘noordelijke route’.

Boschhuizerbergen

Bergen en duinen in Noord Limburg staan voor stuifduinen in een vlakke omgeving. Het voedselarme stuifzand is er in de laatste ijstijd naar toe gewaaid en op een gegeven  moment vastgehouden door de begroeiing. De open vlaktes in dit gebied, met zijn armzalige, soms grillige, begroeiing, kunnen er, vooral bij ruig weer, spookachtig uitzien.

Boschhuizen is een 60 hectaren groot stuifduinengebied bij ten noordoosten van Venray tussen de spoorlijn Venlo-Nijmegen en Landgoed Geijsteren. Het is genoemd naar het buurtschap ‘de Boschhuizen’.

De droge schrale zandgrond is ongeschikt voor akkerbouw. Om die reden liet men er in het verleden schapen grazen. Zo ontstonden er heidevelden met jeneverbesstruiken. Door intensieve begrazing van de heide verdween plaatselijk de begroeiing. Hierdoor ontstond er een stuifzandgebied met flinke hoogteverschillen. Die hoogteverschillen zijn nog steeds zichtbaar in het veelal begroeide landschap.
Van het heidelandschap zijn nog restanten over. Men beweert dat dit het grootste jeneverbesstruweel van Zuid-Nederland is. De zandverstuivingen zijn grotendeels aangeplant met dennen. Vroeger werden deze bomen geoogst voor het ondersteunen van mijnschachten. Door het sluiten van de mijnen zijn de bomen blijven staan en zijn de dennenplantages dominant geworden in het gebied. Her en der is men bezig met het vervangen van deze dennenbossen door natuurlijkere bostypes als het eiken berkenbos.
Aan de noordoostzijde zijn, in een laaggelegen zone, enkele met sloten doorsneden, moerassige weilanden en broekbossen aanwezig. Deze maken deel uit van een oude Maasmeander.
In de dertiger jaren wilde men het stuifduinengebied ontgingen en bebossen. Het redden van dit unieke landschap was één van de aanleidingen voor de oprichting van Stichting het Limburgs Landschap.

Startplaatsen:

parkeerterrein aan de Maasheseweg, bij de afslag naar Smakt

Duits Lijntje

De wandeling voert door een cultuurlandschap met twee gezichten. Enerzijds de oude spoordijk met een besloten karakter en schilderachtige doorkijkjes. Dit voormalige tracé van het Duits Lijntje doorsnijdt bij Oeffelt een agrarisch landschap dat met zijn zachte glooiingen en kleinschaligheid geborgenheid herbergt en getuigt van een eeuwenoude traditie. Anderzijds is er de openheid van de Kleine Vilt bij Beugen: een mooi, waterig en vogelrijk natuurgebied.

Dit landschap vormt een karakteristiek onderdeel van de noordelijke Maasvallei. Het toont de vertrouwde landschapspatronen, ademt haar historie en verhaalt van de aardkundige geschiedenis.
De rode draad door onze wandeling wordt gevormd door twee ecologische verbindingszones of EVZ (schakels tussen natuurgebieden, waarlangs dieren en planten zich kunnen verplaatsen). Een natte EVZ langs de Oeffeltse Raam koppelt de natuurgebieden aan elkaar van Overloon in het zuiden tot Oeffelt in het noorden. Het Duits Lijntje fungeert als droge EVZ, de groene schakel tussen de natuurgebieden De Vilt in het westen en de Maasheggen in het oosten.

We kijken niet alleen naar de natuur, maar ook naar het landschap. Hoe kijken we? Daarvoor gebruiken we verschillende ‘brillen’. Met elke bril zien we iets anders. Wat zien we als we bijvoorbeeld door de bril van de historicus naar dit landschap kijken? Welke samenhang ontdekken we tussen vroegere tijden en de landschapselementen van nu? Wat vertelt het reliëf ons over de ontstaansgeschiedenis van het landschap gezien door de bril van de geoloog? Wat zien we als we de bril van de ecoloog opzetten? Wat zeggen dan de plantensoorten over de bodem waarop ze groeien? De gids helpt ons met verschillende brillen naar het landschap te kijken, zodat we het steeds anders beleven en waarderen en we er nog meer van genieten!

Startplaatsen:

1 De Vilt, 5835 Beugen, tussen Beugen en Oeffelt
2 Portaal Beugenseweg, 5441 AE Oeffelt.
   Handig vertrek- en eindpunt met voldoende parkeergelegenheid
In overleg kan een andere plek worden gekozen.

 

Groeningse Bergen en De Maasheggen

We steken de Limburgse grens over naar het Brabantse Boxmeer. Hier komen we in het plaatsje Groeningen waar ze beweren dat ze het oudste  landschap van Nederland hebben. De vorming ervan moet een  wisselwerking zijn geweest tussen natuur en mens. Niemand van ons was er bij toen dit maaslandschap met zijn meidoornhagen ontstond. Wel weten we dat zo’n 10.000 jaar geleden jagers/verzamelaars door dit gebied trokken en hun sporen hebben achter gelaten.

Ten oosten van Groeningen, tussen het dorp en de Maas, ligt het natuurgebied “De Maasheggen”. Het is een afwisselend gebied met landschapselementen als kleinschalige weilanden, akkerbouw, stroomruggen, oude maasarmen, maasuiterwaarden met de maasheggen, rivierduinen, bebossing en zandverstuivingen.
We bevinden ons hier op een rivierkleigebied. De aanwezige stuifduinen, Virtumse- en Groeningse bergjes genoemd, vormen hierop een uitzondering. Dit is zand, hetgeen aan de begroeiing zichtbaar is.
Maasheggen zijn tot hagen gevlochten meidoorn- en sleedoornstruiken die tot voor de tweede wereldoorlog dienden als perceelafscheiding en veekering. Door de opkomst van prikkeldraad en schrikdraad zijn ze verdwenen. In dit uiterwaardengebied gebied worden ze in stand gehouden.
Het gevarieerde landschap en het verschil in bodemtypes en bodemgebruik zorgen voor een rijke en afwisselende flora en fauna. De stekelige Maasheggen zijn uitstekende broedplaatsen voor vogels.

Startplaats:
Maasstraat in Groeningen doorrijden tot aan de bosrand

Mariapeel, Deurnese Peel en Grauwveen

Als je de taal van Limburgers en Brabanders vergelijkt dan is duidelijk dat deze bevolkingsgroepen in vroegere jaren van elkaar gescheiden waren. Er was een ondoordringbare natuurlijke grens: Moerasgebied De Peel.
Van dit ooit 30.000 ha grote hoogveengebied lukt het ons nu nog met moeite om 4500 ha als natuurreservaat te beheren.

Het 1400 ha grote peelgebied bij Helenaveen, Griensveen, IJsselstein en Deurne wordt aangeduid met Mariapeel, Deurnese Peel en soms als extra indeling het Grauwveen. (Het betrekkelijk kleine Peelrestantje het Grauwveen ligt ten noorden van de spoorlijn Helmond-Venlo).

Het meeste veen is verdwenen door turfwinning. Eerst kleinschalig door boeren, later fabrieksmatig door familie van de Griendt en de gemeente Deurne. De kleinschalige turfwinning is nog terug te zien aan de boerenkuilen langs Peelbanen. Dit zijn de wegen om turf per kar af te voeren. Familie van de Griendt en de gemeente Deurne hebben hun turf afgevoerd via kanalen (wijken). Ook deze zijn nog duidelijk zichtbaar in het landschap.

Door deskundig beheer is op diverse plaatsen de hoogveenvorming weer op gang gekomen. Dat vraagt veel beheerswerk. Het gebied moet nat blijven zonder dat er voedselrijk water binnen dringt. Daarnaast is het noodzakelijk om wildopslag van m.n. berken tegen te gaan. Dit doet men voor een deel met begrazers en voor een deel met machines.

Het huidige landschap kenmerkt zich door een rijke afwisseling van onder andere droge- en vochtige heideterreinen, moerasachtige gedeelten, open- en gesloten bossen, veenputten, wijken, vennen en open water.
Het gebied is rijk aan vogels en insecten. Pijpenstrootje en Heide zijn de meest dominerende plantensoorten.

Startplaatsen
Kamp Mariaveen, 5977 Evertsoord, Nederland

Mariapeel in Professors op stap

Geulle aan de Maas

We nemen je mee in de historie van het veranderend landschap van Geulle aan de Maas. Het is van een strategisch gelegen plaats een stiltegebied geworden. Daar hebben wij al onze zintuigen voor nodig. Wat zie je aan historische sporen? Hoe voelt het landschap nu aan en hoe zou dat vroeger zijn geweest? Welke geluiden hoor je tussen de stilte door? Waaraan ruik je de seizoenen? Hoe proef je de sfeer van een dorp dat gekrompen is door natuurlijke en menselijke invloeden?

De geschiedenis van Geulle gaat veel verder terug dan de Middeleeuwen. Zij beslaat een indrukwekkende periode van duizenden jaren. Uit vondsten in de buurplaatsen Elsloo en Stein is gebleken dat de zogenaamde Bandkeramiekers (3000 voor Chr.) er nederzettingen hebben gehad. Met nog meer zekerheid valt aan te nemen, dat Kelten en Eburonen in deze streek gewoond hebben en dat hun overheersers, de Romeinen, dankbaar gebruik hebben gemaakt van de strategische hoogten rondom Geulle. Zo heeft er de Romeinse heirbaan (hoofdweg) van Tongeren naar Nijmegen gelopen bijgenaamd Via Mosae oftewel “weg aan de Maas”. De plaats heeft ook veel te lijden gehad van binnenvallende Noormannen, die nabij de Geul verslagen werden.

 

Van strategische plaats veranderde Geulle naar een stiltegebied vooral als gevolg van natuurlijke en menselijke ingrepen in het landschap zoals de veranderende loop van de Maas, de aanleg van een spoorlijn en het Julianakanaal en recent door het project Grensmaas.

In de periode april-oktober is het veerpontje over de Maas van Geulle naar Uikhoven v.v. in de vaart zodat het stilleven van Geulle aan de Maas vanaf de Belgische kant te bewonderen is. Door al deze ontwikkelingen is de natuurwaarde van het gebied sterk toegenomen.

Startpunten:

1 parkeerterrein bij café Oud Geulle, Geulderlei 2, 6243 NG Geulle.   Wel vooraf even toestemming vragen aan de kastelein!
2 Sint Martinuskerk in het centrum van Geulle aan de Maas, Kerkplein
2A, 6243 NC Geulle

Dubbroek

Dubbroek

Midden in dit natuurgebiedje ligt “Het Jaane Kuulke”. Een klein ontoegankelijk moerasgebiedje dat even oud is als het gebied zelf. Het Jaane kuulke heeft zijn naam te danken aan Jaane een boerenzoon die vroeger in dit gebied heeft gewoond.
Wie Jaane nu eigenlijk was is een raadsel waarover in het buurtschap diverse verhalen circuleren. Was Jaane de bewoner van de plaggenhut of was Jaane de boerenzoon die graag naar de Baarlose kermis ging stappen of was Jaane de boerenzoon die met een spurriemök naar de markt in Baarlo ging? In alle drie de verhalen kwam Jaane niet meer thuis maar verdronk hij op de plaats wat nu het Jaane kuulk heet. Elk van deze 3 verhalen verklaart de dood van Jaane. Bent U benieuwd naar deze verhalen? 

In de wintermaanden is het vaak een indrukwekkend gebied, een natte voeten gebied met vaak prachtige sprookjesachtige taferelen. Bij (gure) wind en volle  maan drijven er prachtige wolken over die af en toe gepaard gaan met hevige onweersbuien. Het gebied heet Dubbroek,, een 150 ha groot broekgebied in een oude maasbedding tussen Maasbree, Baarlo en Hout Blerick. Door de variatie in vochtigheid  treft je er diverse bostypes aan. Voorbeelden zijn populierenbos, eiken-berkenbos, naaldbos, elzenbroekbos en essen-eikenbos. Verspreid liggen er enkele graslandpercelen, vochtige hooilandjes en open water. 
In de laagste delen van het Dubbroek staat vrijwel permanent water. Dit is ijzerrijk en daardoor bruin gekleurd met een oliekleurig laagje. In het vroege voorjaar bloeit hier de dotterbloem. De kruidlaag van de vochtige hooilandjes kleurt in de lente lichtpaars van de vele pinksterbloemen, waar oranjetipjes fladderend nectar halen en hun eitjes afzetten. Andere karakteristieke plantensoorten zijn onder andere verschillende zeggensoorten, echte koekoeksbloem, holpijp, valeriaan, gele lis en wateraardbei. 
Voorbeelden van opvallende vogelsoorten die je er kunt aantreffen zijn kleine karekiet, rietgors, dodaars, wintertaling, nachtegaal en waterral  Behalve rijk aan vogels is het Dubbroek rijk aan insecten en zoogdieren. De grote soortenrijkdom komt door de variatie in biotopen en de relatieve rust.
In het zuidwesten van het Dubbroek ligt het brongebied van de Springbeek die ter hoogte van de watermolen van Hout-Blerick in de Maas uitkomt. De Springbeek ontspringt in het Dubbroek.

Startpunten:

In overleg met de gids bijvoorbeeld:

1 Parkeerplaats Limburgs Landschap Bongardweide, 5991 Baarlo
2 Zorgboerderij, Dubbroek 12, 5993 PN Maasbree

 

 

Jaane Kuulke in Dubbroek Maasbree
In het natuurgebied Dubbroek bevindt zich het Jaane Kuulke. Er zijn meerdere verhalen hoe dit “kuulke” aan zijn naam is gekomen.Vooral bij de oude inwoners van het buurtschap Dubbroek zijn de verhalen bekend. Welk van de drie verhalen nu de waarheid spreekt is nog altijd onbekend.
Verhaal 1:
Jaane was een kluizenaar, klein en mager, die vroeger in een plaggehut woonde die stond op de plaats wat nu het Jaane kuulke wordt genoemd.Jaane luste graag een borrel, en Jaane verzamelde alles wat geld op zou kunnen brengen.
Alle materialen werden opgeslagen in zijn zogenaamde tuin, een moerasje achter de plaggehut.
Op een gure herfstachtige, en winderige  avond in het najaar, met de nodige drank achter de kiezen, gauw wat spullen in zijn tuintje leggen.Een hevige rukwind zorgde er voor dat Jaane in het moeras terecht kwam en hier verdronk.
Verhaal 2:
Jaane, een iel en mager man, was een vrijgezel die graag een borrel lustte.
Hij woonde op Dubbroek.
Op een herfstachtige en stormachtige avond kwam Jaane terug van Baarlose kermis waar hij flink op stap was geweest.Door een hevige rukwind werd hij met fiets en al het moeras ingeblazen en verdronk.
Buurtbewoners vonden hem dagen later.
Verhaal 3:
Jaane was een boerenzoon, een iel en mager mannetje, die woonde op Dubbroek.
Ook in de wintermaanden moest er brood op de plank komen wat niet altijd even gemakkelijk was.
Op een gegeven moment kreeg Jaane van zijn vader de opdracht op de markt in Baarlo een spurriemök (is een jong mager en ondervoed kalf) te gaan verkopen om zo wat centen binnen te halen.
Het was winter en slecht weer, storm en regen maar toch moest hij naar de Baarlose veemarkt om de “spurriemök” te gaan verkopen.Jaane kwam daar niet aan.
Door een hevige rukwind werd Jaane samen met de “spurriemök” het moeras ingeblazen en beide verdronken.
Dagen later werd Jaane gevonden.

Jeugdactiviteiten De Maasduinen

Heb je wel eens van Witte Wieven, Smokkelaars, Dryaden  of Pixies gehoord? Of van het Smokkelpad bij Jagersrust direct aan de Duitse grens. In de schemering zwerven smokkelaars over de boswegen en roepen uilen in de nacht. Via het pad passeer je wiebelbruggetjes, stapstenen en klimtouwen tussen de bomen. Als je stil bent hoor je de bomen fluisteren en zie je dieren spelen.

 

De Maasduinen bieden unieke ervaringen. Het natuurbelevings pad maakt kinderen op een speelse wijze via infoborden vertrouwd met de natuur en geeft een beeld van de manier waarop er vroeger langs de grens werd gesmokkeld. Mogelijk is ook een meerdaagse natuurbeleving in de stuifduinen, uitgestrekte heidevelden, meertjes, vennen of prachtige bossen. Je kunt in de Maasduinen wandelen, fietsen of per fluisterboot over de Maas varen.

In het zuidelijk deel bij Lomm liggen de Ravenvennen met de Witte berg en het libellen reservaat waar op zomerse dagen de Witte Wieven nog zweven boven de vennen. Het is het domein van de heidekikker, kamsalamander en zeldzame boomkikker. Met een klein beetje geluk kunnen de kinderen in het Wilgendorp, omringd door een insectenoase, samen genieten van de Pixies – huiselfjes – die wonen in het wilgendorp. Zij rijden graag op de Paarden in de wei en Prikken je net zolang tot je plat ligt van het lachen. Ze lusten graag pannenkoek en priklimonade.

Nog zuidelijker ligt het Zwart water. De knoflookpad en alpenwatersalamander komen hier voor. In de herfst is het bosgebied uniek vanwege zijn diversiteit aan paddenstoelen. De bomen worden bewoond door Dryaden. Ze spelen graag verstoppertje met je tussen de berken, beuken en eiken.  

Startpunten:

1  Jachthut Op den Hamer, Twistedenerweg 2, 5856 CK Wellerlooi
2 de uitkijktoren Straelens broek, Hanikerweg 73    5943 NA    Lomm
3 de Voort Bongveldweg, 5943 Lomm (voor de fluisterboot),
4 het Pannenkoekhuis Jagersrust Straelseweg 35, 5941 NJ Velden
5 het Zwart Water Markt 15    5941 GA    Velden
6 Brouwerij Hertog Jan Kruisweg 44, 5944 EN Arcen

Romeins Meerssen

De Geul en Maas wijzen de mens al eeuwenlang de weg naar welvaart. Meerssen, in het hart van Buitengoed Geul en Maas,  kent dan ook een rijke bewoningsgeschiedenis. De verklaring hiervoor ligt verborgen in het landschap.  Ligt daarom in Meerssen de grootste Romeinse villa van Nederland?  Ontdek de mogelijkheden van Meerssen door de ogen van een Romein op “villajacht”. En wat zou een Romein nu nog herkennen en waarderen van ons leven 2000 jaar later?    

Het Geuldal is een heel karakteristiek dal. Aan de zonzijde liggen de glooiende heuvels, aan de schaduwzijde de steile wanden met de hellingbossen. In de dalwanden komt het mergel aan de oppervlakte. Het was in het midden van de eerste eeuw voor Christus dat de Romeinse keizer Julius Caesar het huidige Meerssen met zijn vruchtbare löss veroverde. De Romeinen introduceerden het concept ‘markt’. Boeren produceerden nu meer dan alleen nodig was voor hun eigen families en verkochten dit op de markt aan de opkomende stedelingen en de soldaten die de Rijngrens bewaakten. 

In en rond Meerssen was voor de Romeinen alles aanwezig om wonen en werken er aantrekkelijk te maken. Het zat hem vooral in de combinatie van water, bossen en vruchtbare akkers. En de Via Belgica, de doorgaande weg door het Geuldal van Maastricht naar Heerlen.

Romeinse villa’s liggen doorgaans prachtig gesitueerd in het landschap.  Meerssen bestond in de Romeinse tijd uit een aantal villa’s die in de buurt lagen van de Via Belgica. Ook zijn er in de omgeving een nederzetting, een grafveld, een heiligdom en kalksteenmijnen gevonden. Het villa-terrein was zo ingericht dat alle aandacht getrokken werd door de villa zelf. Het terrein werd afgebakend door een greppel, een omheining of door beken.

Startpunt:

Station Meerssen Ontmoet Anna, Stationsplein 1, 6231 CN Meersen.