Loobeekdal

Water en modder: stiekem houden we er allemaal van. Water in een landschap staat altijd garant voor een gevarieerd landschap met een rijke flora en fauna. Ten zuiden van het Venrayse dorp Merselo is het de meanderende loobeek, met zijn beekdal, die voor een rijk natuurgebied zorgt.

De Loobeek ontspringt in het Peeldorp Ysselsteyn en komt uiteindelijk via het afleidingskanaal en de molenbeek bij Boxmeer in de Maas. Van oorsprong was de hoofdfunctie ontwatering van landbouwgronden. Na herinrichting van het gebied is deze functie veranderd in die van waterberging en nieuwe natuur. Door het omleiden van Peelwater en maatregelen tegen riool overstort is de waterkwaliteit de laatste jaren sterk verbeterd. In het Loobeekdal komt ruimte voor de aanleg van een boerenschans en een watermolen (volmolen). 

Ten zuiden van Merselo kun je spreken over een kleinschalig landschap. Het is hier heerlijk stil. In het beekdal komen we elzen- en wilgenbossen tegen. Een merkwaardigheid in het gebied is een tienstammige els. Op drogere delen groeien berken- en naaldbossen. Je treft er bloemrijke vochtige graslanden aan die begraasd worden door rundvee.
Vooral bij nat weer zijn de wandelpaden in het beekdal moeilijk begaanbaar. Stevig schoeisel is beslist nodig.

Startplaatsen

  1. Bruggetje over de Loobeek 5804 BJ Venray
    (tussen Weversven en Haag)
  2. Dorpje Smakt, 5817 AD Smakt 

Naar de wegkruisen in en rond Eys

Wat zie je daar op de hoek van het kruispunt?  Op zoveel plekken in Zuid-Limburg, ook midden in het bos! Een man aan een houten kruis? Is daar een moord gepleegd?  Of moet het kruis juist onheil afwenden? Welke schietgebedjes zijn daar gedaan? Wie weet nog wat een schietgebedje is? Ga met ons mee en ontdek de verhalen achter dit typisch Zuid-Limburgse cultuurerfgoed.

 

Nergens vind je zoveel weg- en veldkruisen als in Zuid-Limburg. Ze geven een extra cachet aan het mooie landschap. Maar wat is de achtergrond van al die kruisen, hoe is het begonnen? Wat willen ze ons vertellen? Nieuwsgierig geworden?

We nemen u mee voor een korte dorpswandeling met onontdekte achterompaadjes of voor een uitgebreide natuurwandeling door het heuvellandschap rondom Eys. De gids vertelt u over de reden van plaatsing van de diverse kruisen, hun geschiedenis en betekenis.  Ook door hun relatie met bijzondere gebouwen, zoals de kerk, die de Duitse Graaf van Plettenberg liet bouwen of een schuilkelder uit de tweede wereldoorlog komt het verleden tot leven.

 

Maar misschien horen we onderweg ook roep van de buizerd of kunnen we de bloeiende meidoorn zien en ruiken. De combinatie van natuur en cultuur op deze tochten geeft een verdiepte beleving van het eigen karakter van Zuid-Limburg.

 

Afhankelijk van de interesse en/of de conditie van de groep kan gekozen worden voor een kortere (dorps-)wandeling langs een aantal wegkruisen, al dan niet met een klimmetje naar een mooi uitzichtpunt, of voor een langere natuurwandeling, met de kruisen als mooie intermezzo’s. Er is een noordelijke en een zuidelijke route beschikbaar. De afstanden variëren van 5-11 kilometer.

Startplaatsen:

  1. Herberg “Bie de Tantes”, Wittemerweg 29, 6287 AA Eys.
    2. Bernardushoeve, Mingersborg 20-22, 6367 JX Voerendaal (Voor de langste, noordelijke route)
    Afhankelijk van uw wensen kan er ook voor andere start en/of rustpunten gekozen worden.

Geologische themawandeling “Wat de Maas rond Spaubeek achterliet”

Tijdens deze prachtige natuurwandeling nemen we u mee op een ‘reis terug in de tijd’. Door uw ogen en oren de kost te geven snapt u na afloop niet alleen waarom er zilverzand in Limburg ligt, maar heeft u tevens ervaren welke sporen de Maas en de ijstijden hier in het landschap in een paar miljoen jaar hebben achtergelaten.


In de ‘noordelijke lus’ passeert u de meanderende Geleenbeek en het AZC Sweikhuizen (het vroegere Retraitehuis) en loopt u door het Stammenderbos, waar broekbossen en de Pepelsberg bijzondere natuur-elementen vormen. Onderweg zien we authentieke boerenhoeves en passeren boomgaarden met de Sweikesener Rèngelaote. Via fraaie hellingbossen met hun karakteristieke droogdalen krijgen we zicht op kasteel Terborgh, passeren de Geleenbeek en zien de grote gele kwikstaart mogelijk foerageren. Een korte stop bij de Annakapel om de ‘keientuin’ te bekijken, mogen we zeker niet missen. Talloze bijzondere Maasgesteenten liggen hier, in een oase van rust, verzameld rond de kapel. De stenen tonen de diversiteit aan steensoorten die de Maas heeft achtergelaten.

In de ‘zuidelijke lus’ komen wij via ‘Huis Ten Dijcken’ en het buurtschap Hegge in het ‘pareltje’ Diependaal. Wij zien fraaie graften, échte holle wegen en afhankelijk van het seizoen hellingen met speenkruid, bosanemoon of gevlekte aronskelk. Onderweg passeren we een ‘geologisch monument’ in de vorm van autochtoon conglomeraat. Via het plateau van Schimmert lopen wij langs ‘groeve Bruls’. Daar openbaart zich een prachtig geologisch profiel, variërend van duidelijk zichtbare lösslagen, met daaronder afzettingen van zand, grind en zilverzand. Het zijn de getuigenissen van lokale binnenzeeën, een uitbundige Maas en de latere ijstijden. Door het Spaubekerbos en langs de restanten van een voormalig openluchttheater komen wij bij ons beginpunt terug.

Startplaats:

NS-station Spaubeek, Op ’t Veldje 1, 6171 BL Spaubeek
U kunt voor de ’noordelijke’ of de ‘zuidelijke lus’ (of beiden) kiezen.
Restaurant Biesenhof, gasterie de Bokkenreyer en gasterij Kasteel Terborgh liggen langs de ‘noordelijke route’.

Boschhuizerbergen

Bergen en duinen in Noord Limburg staan voor stuifduinen in een vlakke omgeving. Het voedselarme stuifzand is er in de laatste ijstijd naar toe gewaaid en op een gegeven  moment vastgehouden door de begroeiing. De open vlaktes in dit gebied, met zijn armzalige, soms grillige, begroeiing, kunnen er, vooral bij ruig weer, spookachtig uitzien.

Boschhuizen is een 60 hectaren groot stuifduinengebied bij ten noordoosten van Venray tussen de spoorlijn Venlo-Nijmegen en Landgoed Geijsteren. Het is genoemd naar het buurtschap ‘de Boschhuizen’.

De droge schrale zandgrond is ongeschikt voor akkerbouw. Om die reden liet men er in het verleden schapen grazen. Zo ontstonden er heidevelden met jeneverbesstruiken. Door intensieve begrazing van de heide verdween plaatselijk de begroeiing. Hierdoor ontstond er een stuifzandgebied met flinke hoogteverschillen. Die hoogteverschillen zijn nog steeds zichtbaar in het veelal begroeide landschap.
Van het heidelandschap zijn nog restanten over. Men beweert dat dit het grootste jeneverbesstruweel van Zuid-Nederland is. De zandverstuivingen zijn grotendeels aangeplant met dennen. Vroeger werden deze bomen geoogst voor het ondersteunen van mijnschachten. Door het sluiten van de mijnen zijn de bomen blijven staan en zijn de dennenplantages dominant geworden in het gebied. Her en der is men bezig met het vervangen van deze dennenbossen door natuurlijkere bostypes als het eiken berkenbos.
Aan de noordoostzijde zijn, in een laaggelegen zone, enkele met sloten doorsneden, moerassige weilanden en broekbossen aanwezig. Deze maken deel uit van een oude Maasmeander.
In de dertiger jaren wilde men het stuifduinengebied ontgingen en bebossen. Het redden van dit unieke landschap was één van de aanleidingen voor de oprichting van Stichting het Limburgs Landschap.

Startplaatsen:

parkeerterrein aan de Maasheseweg, bij de afslag naar Smakt

Steenuiltjes-Munstergeleen

Elfjes houden van afwisseling. Die vinden ze volop in de zuidoosthoek van de gemeente Sittard-Geleen. Daar, op de overgang van het plateau van Doenrade naar het Geleenbeekdal, zijn  droogdalen en holle wegen, hellingbossen en steengroeven, de laatste gevormd door de handen van mensen die hier ooit ook hun geriefhout zochten. In onze dagen heeft dat geleid tot grillige boomvormen en wortelgestellen waartussen de elfjes verstoppertje spelen.

 

In een halve krans wordt dit gebied ten oosten van de beek omsloten door Kollenberg (villawijk Sittard), Schelberg (Windraak), Wanenberg en Lippenberg (Puth). Het Stammenderveld (bij Sweikhuizen) en de Danikerberg (‘Daniken’ heet de belendende wijk van Geleen) zijn uitlopers van het plateau die raken aan de beek.

Het gebied staat bekend om de vele dassenburchten en als territorium van de korenwolf. Voor de voedselvoorziening van de laatste zijn afspraken gemaakt met de boeren. Een gedeelte van de oogst wordt gelaten aan deze hamsters zodat zij hun benaming eer aan kunnen doen. Muizen profiteren mee en dat komt weer goed uit voor het steenuiltje dat hier thuis is. De onbetwiste koning van het luchtruim hier is de buizerd wiens roep u als wandelaar niet kunt missen: “Pieuw, pieuw”.

De wandeling vergt wat van de kuitspieren, u daalt en u stijgt – een enkele keer tot op een haar na 100 m boven NAP – loopt over hobbelige of nauwe paadjes met wortelstronken en trappen. Onnodig te zeggen dat de wandeling niet geschikt is voor rolstoelen. Weidse panorama’s belonen uw moeite.

De weg wordt u gewezen door steenuiltjes – uitgesneden op palen – die steeds kijken in de richting waar u heen moet. Ook andere uit hout gesneden figuren komt u tegen. Vooral gidsen van IVN Munstergeleen kennen de plaatselijke elfjes; daarom wordt u aangeraden om voor deze route van deze gidsen gebruik te maken.

Startplaats:
voormalige IJsboerderij Coumans, Windraak 1, 6153AA Windraak. U parkeert 75 m verder links

Duits Lijntje

De wandeling voert door een cultuurlandschap met twee gezichten. Enerzijds de oude spoordijk met een besloten karakter en schilderachtige doorkijkjes. Dit voormalige tracé van het Duits Lijntje doorsnijdt bij Oeffelt een agrarisch landschap dat met zijn zachte glooiingen en kleinschaligheid geborgenheid herbergt en getuigt van een eeuwenoude traditie. Anderzijds is er de openheid van de Kleine Vilt bij Beugen: een mooi, waterig en vogelrijk natuurgebied.

Dit landschap vormt een karakteristiek onderdeel van de noordelijke Maasvallei. Het toont de vertrouwde landschapspatronen, ademt haar historie en verhaalt van de aardkundige geschiedenis.
De rode draad door onze wandeling wordt gevormd door twee ecologische verbindingszones of EVZ (schakels tussen natuurgebieden, waarlangs dieren en planten zich kunnen verplaatsen). Een natte EVZ langs de Oeffeltse Raam koppelt de natuurgebieden aan elkaar van Overloon in het zuiden tot Oeffelt in het noorden. Het Duits Lijntje fungeert als droge EVZ, de groene schakel tussen de natuurgebieden De Vilt in het westen en de Maasheggen in het oosten.

We kijken niet alleen naar de natuur, maar ook naar het landschap. Hoe kijken we? Daarvoor gebruiken we verschillende ‘brillen’. Met elke bril zien we iets anders. Wat zien we als we bijvoorbeeld door de bril van de historicus naar dit landschap kijken? Welke samenhang ontdekken we tussen vroegere tijden en de landschapselementen van nu? Wat vertelt het reliëf ons over de ontstaansgeschiedenis van het landschap gezien door de bril van de geoloog? Wat zien we als we de bril van de ecoloog opzetten? Wat zeggen dan de plantensoorten over de bodem waarop ze groeien? De gids helpt ons met verschillende brillen naar het landschap te kijken, zodat we het steeds anders beleven en waarderen en we er nog meer van genieten!

Startplaatsen:

1 De Vilt, 5835 Beugen, tussen Beugen en Oeffelt
2 Portaal Beugenseweg, 5441 AE Oeffelt.
   Handig vertrek- en eindpunt met voldoende parkeergelegenheid
In overleg kan een andere plek worden gekozen.

 

Mariapeel, Deurnese Peel en Grauwveen

Als je de taal van Limburgers en Brabanders vergelijkt dan is duidelijk dat deze bevolkingsgroepen in vroegere jaren van elkaar gescheiden waren. Er was een ondoordringbare natuurlijke grens: Moerasgebied De Peel.
Van dit ooit 30.000 ha grote hoogveengebied lukt het ons nu nog met moeite om 4500 ha als natuurreservaat te beheren.

Het 1400 ha grote peelgebied bij Helenaveen, Griensveen, IJsselstein en Deurne wordt aangeduid met Mariapeel, Deurnese Peel en soms als extra indeling het Grauwveen. (Het betrekkelijk kleine Peelrestantje het Grauwveen ligt ten noorden van de spoorlijn Helmond-Venlo).

Het meeste veen is verdwenen door turfwinning. Eerst kleinschalig door boeren, later fabrieksmatig door familie van de Griendt en de gemeente Deurne. De kleinschalige turfwinning is nog terug te zien aan de boerenkuilen langs Peelbanen. Dit zijn de wegen om turf per kar af te voeren. Familie van de Griendt en de gemeente Deurne hebben hun turf afgevoerd via kanalen (wijken). Ook deze zijn nog duidelijk zichtbaar in het landschap.

Door deskundig beheer is op diverse plaatsen de hoogveenvorming weer op gang gekomen. Dat vraagt veel beheerswerk. Het gebied moet nat blijven zonder dat er voedselrijk water binnen dringt. Daarnaast is het noodzakelijk om wildopslag van m.n. berken tegen te gaan. Dit doet men voor een deel met begrazers en voor een deel met machines.

Het huidige landschap kenmerkt zich door een rijke afwisseling van onder andere droge- en vochtige heideterreinen, moerasachtige gedeelten, open- en gesloten bossen, veenputten, wijken, vennen en open water.
Het gebied is rijk aan vogels en insecten. Pijpenstrootje en Heide zijn de meest dominerende plantensoorten.

Startplaatsen
Kamp Mariaveen, 5977 Evertsoord, Nederland

Mariapeel in Professors op stap

Heesbeemden: Stroomgebied van de Blakterbeek

Een vuilnisbeld is niet de ideale plaats om te verblijven. Anders is het als deze zich onder de grond bevindt en zo een heuvel in het landschap vormt. Als de voet van de heuvel vervolgens ook nog verandert in een moerasje heb je een schitterend natuurgebied. Dit is in de jaren 70 van de vorige eeuw gebeurd in “De Blakt”, het stroomgebied van de Blakterbeek.

De Heesbeemden, in de volksmond “de Bengd” genoemd, bevindt zich in het stroomgebied van de Blakterbeek bij de dorpen Kronenberg en Sevenum. De bovenloop van de Blakterbeek bestaat uit twee waterlopen: de Schorfvenloop en de Driefkuilenloop. Deze komen ten noordoosten van Kronenberg samen in de Blakterbeek die ten noorden van Sevenum uitmondt in de Groote Molenbeek die op haar beurt in Wanssum in de Maas uit komt. Sinds 2017 is het weer een meanderende beek.

De gebied bestaat voornamelijk uit nat broekbos en kleine, door koeien en paarden, begraasde weilandjes. Hier komen planten als Grote egelskop, Waterkers en Moerasvergeet-mij-nietje voor.
Er komen zo’n 60 verschillende soorten broedvogels voor Voorbeelden zijn  Havik, Sperwer, Koekoek, Nachtegaal, Spotvogel Buizerd, Zwarte, Grote bonte en Groene specht Boomvalk en Bosuil. In de poelen tref je diverse amfibieën aan. Het hele gebied is rijk aan insecten.

Startplaatsen
1 Blokhut Aan ’t Pedje, Het Vongdere 1, 5975 BZ Sevenum
2 Horsterweg 66, 5975 NB Sevenum, 

Maascorridor: Romeinenweerd en Berckterveld

Vanaf een stalen kasteel kijk je over de maas naar het kloosterdorp Steijl.  Galloways struinen door het ruige landschap en de maas zorgt voor een rustgevende stilte. Dat is Maascorridor Roemeinenweerd/Berckterveld.

Ooit liepen er koeien en stonden er tuinbouwproducten langs de Maas tussen Baarlo en Blerick. Nu is het een smal en lang natuurontwikkelingsgebied met een stalen uitkijkvoren in de vorm van een kasteeltoren in Baarlo. Romeinenweerd is genoemd naar de Romeinenweg in Blerick en Berckterveld verwijst naar klooster De Berckt in Baarlo.
Het is begonnen met het afgraven van klei. Toen dat in de jaren 90 van de 20e eeuw stopte is er besloten om de afgegraven kleigroeven gecontroleerd te laten verwilderen. Zo ontstond er, bij hoog water, ruimte voor de Maas. In de diepere delen zijn waterplassen ontstaan die in droge periodes opdrogen. Er om heen groeien struiken als wilgen, elzen en populieren.
Er komen meer dan 200 vogelsoorten voor. Opvallend zijn bijvoorbeeld tjiftjaf, zwartkop, roodborsttapuit en blauwborst. De Maas zorgt voor de nodige watervogels.
Door begrazing is het grotendeels een open landschap met veel ruigtekruiden. De variatie en het vocht staan garant voor veel insecten.
De Springbeek met zijn watermolen, die in dit gebied in de Maas uitmondt, zorgt voor een verrassende onderbreking van het landschap.
Het gebied gaat in noordelijke richting geleidelijk, via het Maasoeverpark, over in de Raaijweide.
Het gebied is erg geschikt voor vogel- en plantenexcursies

Startpunten:

1 kruising Romeinenweg/D’ohenweg Oude Vaerbroekweg, 5926 PA  Hout-Blerick
2 Kruising De Berckt Legioenweg 5991 RD Baarlo

Musschenberg en Weerdbeemden

Hoe weinig had je als kind nodig om je te amuseren. Zand, water, stenen, bomen en wat struiken waren voldoende om je een fantastische dag te bezorgen. Deze herinnering van nostalgie zal bij velen opkomen als ze in het gebied van de Musschenberg en de Weerdbeemden zijn.

Kenmerkend voor dit gebied tussen Kessel en Neer is de hoge zandrug die ruim 15 meter hoger ligt dan de maasbedding. Dit zorgt voor een uniek uitzicht over de maas en het achterliggende landschap. Bijzonder is de uitmonding van het “Afwateringskanaal” ofwel het “Neers Kanaal” in de Maas. Vanaf de waterval is dit kanaal een ondiep kabbelend beekje met dikke maaskeien. In combinatie met een 15 meter hoge zandbedding en het struikgewas is dit een populaire bestemming voor ouders met kinderen om te ravotten. Richting Kessel is de zandrug begroeid met struiken. In combinatie met de Maas is dit een ideaal vogelgebied.
Richting Kessel gaat de Musschenberg over in de Weerdbeemden. Hier is vroeger klei afgegraven voor een steenfabriek die er nog steeds ligt. Door dit kleinschalig afgraven is er een afwisselend moerassig gebied ontstaan met een boeiende flora en fauna. Het gebied wordt begraasd door Gallowayrunderen.

Startpunten:

1 De veerman Schoor 3, 6086 NK Neer
2 Kerk Kesseleik, Maasstraat 1, 5995 NC Kessel-Eik
3 Parkeerstrook vanaf N273 kruising Waije/Schoor Neer