Maascorridor: Romeinenweerd en Berckterveld

Vanaf een stalen kasteel kijk je over de maas naar het kloosterdorp Steijl.  Galloways struinen door het ruige landschap en de maas zorgt voor een rustgevende stilte. Dat is Maascorridor Roemeinenweerd/Berckterveld.

Ooit liepen er koeien en stonden er tuinbouwproducten langs de Maas tussen Baarlo en Blerick. Nu is het een smal en lang natuurontwikkelingsgebied met een stalen uitkijkvoren in de vorm van een kasteeltoren in Baarlo. Romeinenweerd is genoemd naar de Romeinenweg in Blerick en Berckterveld verwijst naar klooster De Berckt in Baarlo.
Het is begonnen met het afgraven van klei. Toen dat in de jaren 90 van de 20e eeuw stopte is er besloten om de afgegraven kleigroeven gecontroleerd te laten verwilderen. Zo ontstond er, bij hoog water, ruimte voor de Maas. In de diepere delen zijn waterplassen ontstaan die in droge periodes opdrogen. Er om heen groeien struiken als wilgen, elzen en populieren.
Er komen meer dan 200 vogelsoorten voor. Opvallend zijn bijvoorbeeld tjiftjaf, zwartkop, roodborsttapuit en blauwborst. De Maas zorgt voor de nodige watervogels.
Door begrazing is het grotendeels een open landschap met veel ruigtekruiden. De variatie en het vocht staan garant voor veel insecten.
De Springbeek met zijn watermolen, die in dit gebied in de Maas uitmondt, zorgt voor een verrassende onderbreking van het landschap.
Het gebied gaat in noordelijke richting geleidelijk, via het Maasoeverpark, over in de Raaijweide.
Het gebied is erg geschikt voor vogel- en plantenexcursies

Startpunten:

1 kruising Romeinenweg/D’ohenweg Oude Vaerbroekweg, 5926 PA  Hout-Blerick
2 Kruising De Berckt Legioenweg 5991 RD Baarlo

Musschenberg en Weerdbeemden

Hoe weinig had je als kind nodig om je te amuseren. Zand, water, stenen, bomen en wat struiken waren voldoende om je een fantastische dag te bezorgen. Deze herinnering van nostalgie zal bij velen opkomen als ze in het gebied van de Musschenberg en de Weerdbeemden zijn.

Kenmerkend voor dit gebied tussen Kessel en Neer is de hoge zandrug die ruim 15 meter hoger ligt dan de maasbedding. Dit zorgt voor een uniek uitzicht over de maas en het achterliggende landschap. Bijzonder is de uitmonding van het “Afwateringskanaal” ofwel het “Neers Kanaal” in de Maas. Vanaf de waterval is dit kanaal een ondiep kabbelend beekje met dikke maaskeien. In combinatie met een 15 meter hoge zandbedding en het struikgewas is dit een populaire bestemming voor ouders met kinderen om te ravotten. Richting Kessel is de zandrug begroeid met struiken. In combinatie met de Maas is dit een ideaal vogelgebied.
Richting Kessel gaat de Musschenberg over in de Weerdbeemden. Hier is vroeger klei afgegraven voor een steenfabriek die er nog steeds ligt. Door dit kleinschalig afgraven is er een afwisselend moerassig gebied ontstaan met een boeiende flora en fauna. Het gebied wordt begraasd door Gallowayrunderen.

Startpunten:

1 De veerman Schoor 3, 6086 NK Neer
2 Kerk Kesseleik, Maasstraat 1, 5995 NC Kessel-Eik
3 Parkeerstrook vanaf N273 kruising Waije/Schoor Neer

 

 

Waterbloem

In de dorpse samenleving van de 19e eeuw was het de notarisfamilie Haffmans die hoog aanzien genoot in Midden Limburg. Ze waren grootgrondbezitter en bezaten grote villa’s. De moerassige waterbloem bij Heibloem werd door deze aristocratische familie ontgonnen en veranderd in jachtgebied. Nu is het een omvangrijk natuurgebied.    

Waterbloem is een ruim 450 ha groot natuurgebied tussen Meijel en Heibloem aan de rand van de Peel. Het gebied wordt doorsneden door de Roggelse beek, die rond het jaar 2000 hersteld is tot meanderende beek. Tot voor kort was het voornamelijk productiebos van Staatsbosbeheer. Door ingrepen als het creëren van open percelen en het aanleggen van paddenpoelen zijn er graslanden, heidevlaktes en moerasjes ontstaan. Het gebied wordt begraasd door paarden. De ingrepen en het beheer hebben het gebied binnen 20 jaar veranderd van vrij eentonig in een aantrekkelijk wandel- en excursiegebied.

Het gebied is rijk aan mossen en daardoor ook in de winter aantrekkelijk voor natuurliefhebbers. De aanpassingen hebben een positieve uitwerking gehad op de rijkdom aan insectensoorten. Naast het groot aantal libellensoorten zijn het vooral vlinders als het bond dikkopje en spiegel dikkopje die opvallen. Door de aangelegde poelen kom je steeds meer kikkers, padden en salamanders tegen. Ook komen er zeldzame plantensoorten als moeraskartelblad en vleugeltjesbloem  voor. Vogelrijk is het gebied altijd geweest. Daardoor is het uitermate geschikt voor een vogelexcursie. Door het voorkomen van  zoogdieren als bevers, muizen e.d. is de waterbloem ook geschikt voor een diersporenexcursie.

Startpunten:

1 Elzenweike 13, 6089 NR Heibloem
2 Einde zijweggetje van Meijielseweg tegenover Aan de Heibloem

 

 

Heldense bossen, Kesselse bergen, Kesseleikerbroek en de Meeren

Wat een natuurgeweld moet er tijdens de laatste ijstijd zijn geweest toen het gebied  waar nu plaatsen als Helden, Kessel en Baarlo liggen volstoven met zeezand. De vele zandduinen laten ons terugdenken aan die tijd. De vele dennenplantages herinneren aan de tijd dat ze hier voor het mijnhout van het Zuiden zorgden.

De Heldense Bossen, de Kesselse Bergen, De Meeren en Kesseleikerbroek vormen een aaneengesloten en uitgestrekt bosgebied in de driehoek Helden, Baarlo en Kessel. Oorspronkelijk was het een ontgonnen gebied met heide en talloze vennetjes. Het werd gebruikt voor het begrazen door schapen.
Met uitzondering van het laaggelegen en natte Kesseleikerbroek bestaat het nu voornamelijk uit naaldbossen. Deze zijn in de jaren ‘20 en ‘30 van de 20e eeuw op de stuifzandduinen aangeplant als mijnhout. Dit werd via  het Afwateringskanaal, aan de rand van dit bosgebied, ,  verscheept naar Luik.
Na het sluiten van de mijnen is de houtexploitatie gestopt en hebben de bomen hun gang kunnen gaan. Her en der wordt het bosgebied onderbroken door landbouwgronden met asperge als meest populair gewas. Op gekapte percelen kom je houtwallen en natuurlijke boomgroepen tegen. De variatie aan paddenstoelen kan erg groot zijn.  Het is een belangrijk foerageergebied dieren. Een klein gedeelte van het gebied is sinds de jaren 60 van de 20e eeuw in gebruik voor recreatie Binnen dit gebied biedt het nattere Kesseleikerbroek de meeste afwisseling. Naast elkaar tref je er gevarieerde bossen, weilanden, akkergronden, sloten, plassen en wegbermen aan. Voor vogelliefhebbers is Kesseleikerbroek het meest aantrekkelijk
Samenvattend kun je stellen dat het hier op de eerste plaats gaat om een  rustgebied voor mens en dier. Je kunt er uren verblijven zonder iemand te ontmoeten.

Startpunten:

1 Restaurant en Camping De Heldense Bossen, 5988 NH Helden
2 Bovensbos, 5988 PZ Helden
3 Afwateringskanaal
Kanaaldijk 5, 6086 PH, Neer

 

 

Vlakbroek

Toen de Maas nog ongestoord door het landschap kon stromen is, ten Zuiden van Koningslust, de basis gelegd voor een moerassig gebied. Napoleon heeft er gegraven aan de Noordervaart en zwoegende landarbeiders hebben getracht om dit gebied in de jaren 30 van de 20e eeuw geschikt te maken voor de boeren. Het is hun niet gelukt; de natuur heeft het gewonnen van de mens.

Het vlakbroek is een natuurontwikkelingsgebied in het stroomgebied van de Everlose Beek, een beek die het Limburgse landschap doorkruist van Beringe, via Venlo tot de Maas bij Grubbenvorst. Het gebied wordt ook doorkruist door de onvoltooide Noordervaart. Het vlakbroek is een broekgebied dat in de jaren dertig van de 20e eeuw, in het kader van de werkverschaffing is ontgonnen. IJzer (oer), leem, zand en organisch materiaal in de bodem hebben het de agrariërs dusdanig moeilijk gemaakt dat ze zich sinds de jaren 80 van de 20e eeuw geleidelijk hebben terug getrokken. Daardoor heeft zich een rijke flora en fauna kunnen ontwikkelen. Mede door de inzet van de Koningsluster bevolking  is het nu een ruim 30 ha groot natuurgebied met diverse bostypes, drassige weilanden, meanderende beken, moerassen en bloemrijke wegbermen. Het gebied is rijk aan planten en dieren. Er komen zo’n 60 vogelsoorten en 30 vlindersoorten voor.
Een leuke bijkomstigheid is dat dit gebied in 1978 aan de basis heeft gestaan voor de oprichting van IVN Helden. Een reportage over de onvoltooide Noordervaart in het televisieprogramma van gewest tot gewest heeft toen bijgedragen aan de bekendheid van het gebied. Daarna zijn de ruilverkavelingplannen aangepast aan de natuurwaarde.

 

Startpunten:

Kerk Koningslust,  Poorterweg 54, 5984 NL Koningslust

 

 

Dubbroek

Dubbroek

Midden in dit natuurgebiedje ligt “Het Jaane Kuulke”. Een klein ontoegankelijk moerasgebiedje dat even oud is als het gebied zelf. Het Jaane kuulke heeft zijn naam te danken aan Jaane een boerenzoon die vroeger in dit gebied heeft gewoond.
Wie Jaane nu eigenlijk was is een raadsel waarover in het buurtschap diverse verhalen circuleren. Was Jaane de bewoner van de plaggenhut of was Jaane de boerenzoon die graag naar de Baarlose kermis ging stappen of was Jaane de boerenzoon die met een spurriemök naar de markt in Baarlo ging? In alle drie de verhalen kwam Jaane niet meer thuis maar verdronk hij op de plaats wat nu het Jaane kuulk heet. Elk van deze 3 verhalen verklaart de dood van Jaane. Bent U benieuwd naar deze verhalen? 

In de wintermaanden is het vaak een indrukwekkend gebied, een natte voeten gebied met vaak prachtige sprookjesachtige taferelen. Bij (gure) wind en volle  maan drijven er prachtige wolken over die af en toe gepaard gaan met hevige onweersbuien. Het gebied heet Dubbroek,, een 150 ha groot broekgebied in een oude maasbedding tussen Maasbree, Baarlo en Hout Blerick. Door de variatie in vochtigheid  treft je er diverse bostypes aan. Voorbeelden zijn populierenbos, eiken-berkenbos, naaldbos, elzenbroekbos en essen-eikenbos. Verspreid liggen er enkele graslandpercelen, vochtige hooilandjes en open water. 
In de laagste delen van het Dubbroek staat vrijwel permanent water. Dit is ijzerrijk en daardoor bruin gekleurd met een oliekleurig laagje. In het vroege voorjaar bloeit hier de dotterbloem. De kruidlaag van de vochtige hooilandjes kleurt in de lente lichtpaars van de vele pinksterbloemen, waar oranjetipjes fladderend nectar halen en hun eitjes afzetten. Andere karakteristieke plantensoorten zijn onder andere verschillende zeggensoorten, echte koekoeksbloem, holpijp, valeriaan, gele lis en wateraardbei. 
Voorbeelden van opvallende vogelsoorten die je er kunt aantreffen zijn kleine karekiet, rietgors, dodaars, wintertaling, nachtegaal en waterral  Behalve rijk aan vogels is het Dubbroek rijk aan insecten en zoogdieren. De grote soortenrijkdom komt door de variatie in biotopen en de relatieve rust.
In het zuidwesten van het Dubbroek ligt het brongebied van de Springbeek die ter hoogte van de watermolen van Hout-Blerick in de Maas uitkomt. De Springbeek ontspringt in het Dubbroek.

Startpunten:

In overleg met de gids bijvoorbeeld:

1 Parkeerplaats Limburgs Landschap Bongardweide, 5991 Baarlo
2 Zorgboerderij, Dubbroek 12, 5993 PN Maasbree

 

 

Jaane Kuulke in Dubbroek Maasbree
In het natuurgebied Dubbroek bevindt zich het Jaane Kuulke. Er zijn meerdere verhalen hoe dit “kuulke” aan zijn naam is gekomen.Vooral bij de oude inwoners van het buurtschap Dubbroek zijn de verhalen bekend. Welk van de drie verhalen nu de waarheid spreekt is nog altijd onbekend.
Verhaal 1:
Jaane was een kluizenaar, klein en mager, die vroeger in een plaggehut woonde die stond op de plaats wat nu het Jaane kuulke wordt genoemd.Jaane luste graag een borrel, en Jaane verzamelde alles wat geld op zou kunnen brengen.
Alle materialen werden opgeslagen in zijn zogenaamde tuin, een moerasje achter de plaggehut.
Op een gure herfstachtige, en winderige  avond in het najaar, met de nodige drank achter de kiezen, gauw wat spullen in zijn tuintje leggen.Een hevige rukwind zorgde er voor dat Jaane in het moeras terecht kwam en hier verdronk.
Verhaal 2:
Jaane, een iel en mager man, was een vrijgezel die graag een borrel lustte.
Hij woonde op Dubbroek.
Op een herfstachtige en stormachtige avond kwam Jaane terug van Baarlose kermis waar hij flink op stap was geweest.Door een hevige rukwind werd hij met fiets en al het moeras ingeblazen en verdronk.
Buurtbewoners vonden hem dagen later.
Verhaal 3:
Jaane was een boerenzoon, een iel en mager mannetje, die woonde op Dubbroek.
Ook in de wintermaanden moest er brood op de plank komen wat niet altijd even gemakkelijk was.
Op een gegeven moment kreeg Jaane van zijn vader de opdracht op de markt in Baarlo een spurriemök (is een jong mager en ondervoed kalf) te gaan verkopen om zo wat centen binnen te halen.
Het was winter en slecht weer, storm en regen maar toch moest hij naar de Baarlose veemarkt om de “spurriemök” te gaan verkopen.Jaane kwam daar niet aan.
Door een hevige rukwind werd Jaane samen met de “spurriemök” het moeras ingeblazen en beide verdronken.
Dagen later werd Jaane gevonden.

Leudal

Het stof der eeuwen is neergeslagen in het hooggelegen dekzandgebied van het Leudal met sporen uit roerige perioden. Het geluid van (water)molenaars in de zeven beken die het gebied doorsnijden, de soldaten, de hebzuchtige hoge heren is verstomd. Het 900 ha grote natuurgebied is het domein geworden van bezoekers en spelende kinderen.

Door de ligging in een landschap met Maasterrassen en vrij grote hoogteverschillen, stromen de beken snel. Het laten hermeanderen is nog lang niet afgerond. Aan het herstel van een natuurlijke waterhuishouding in het Leudal en omgeving zitten nog meer problemen vast, zoals de noodzakelijke vispassages bij de molens. Bekende watermolens zijn: de Sint-Elisabethsmolen (onlangs gerestaureerd), de Leumolen of Sint-Ursulamolen en stroomafwaarts in Neer de Friedesse Molen.

De beekdalen zijn opvallend diep in het zand ingesneden; de vegetatie is er zeer gevarieerd mede vanwege de optredende kwel. Daar treffen wij elzenbroek en berkenbroek aan met soorten als goudveil, dotterbloem en waterviolier. In poelen en moerasjes groeien slangenwortel, zegge soorten, gagelstruwelen en adderwortel. Op betrekkelijk voedselarme plekken in het beekdal bloeien in het voorjaar de slanke sleutelbloem, bosanemoon, dalkruid en lelietjes-van-dalen.

Bijzondere vogelsoorten zijn de zwarte,  groen en middelste bonte specht, goudvink, grote gele kwikstaart, sperwer en boomvalk. Bovendien zijn er ijsvogels te vinden, die in het gebied met steile zandoevers en visrijke beken een ideale habitat hebben.

Naast de landduinen, heidevelden en bosvennen zijn er (prehistorische) graf- of urnen-heuvels. Deze liggen nabij de kern Heythuysen en zijn ontstaan tussen 1100-600 jaar voor Christus (uit de brons- en ijzertijd). Volgens een verhaal ligt in een opvallende berg (Groaveberg) een heks (gravin) begraven. Zij is zo massief bedekt dat haar geest nooit meer boven kon komen.

Startpunten:

1 Bezoekerscentrum St. Elisabethsmolen, Roggelseweg 56, Haelen
2 café de Busjop, Busschopsweg 9, 6093 AA Heythuysen

 

 

 

 

 

Nationaal Park De Meinweg

Het Elfenmeer, de Vossenkop, dolende Witte Wieven, een moord, sprookjesachtige vijvers, smokkelpaden, een mijn die niet doorging, glooiingen, een roemruchte spoorlijn, adders, verrast kijkende reeën en voorbijschietende herten. Dit is Nationaal Park de Meinweg in een paar pakkende thema’s.

De Meinweg, een gebied dat eeuwenlang gemeenschappelijk nut had voor de bewoners van zo’n vijftien omliggende dorpen. De naam Meinweg is afgeleid van “gemein” wat in het oud-Nederlands zoiets als gemeenschappelijk betekende. Het ging daarbij bijvoorbeeld om het sprokkelen van hout of het laten grazen van vee. Maar ook een gebied waar je je ’s nachts beter niet kon vertonen. Optrekkende nevels lieten mensen verdwalen. Of waar smokkelaars en hun tegenpolen, de commiezen, onverwacht je pad konden kruisen. Dat ging er vaak niet zacht aan toe. En al die geheimzinnige geluiden: in de verte roepende bosuilen, de opschrikkende reeën of de wilde zwijnen die je ’s nachts als donkere schimmen weg ziet schieten.

Overdag is De Meinweg een heerlijk gebied om te vertoeven. De prachtige glooiingen, de onderaan de steilranden van de geologische storingen gelegen vennen zoals de Rolvennen en het Elfenmeer. Beproef je geluk eens door in de lente ’s morgens, bij een al verwarmend zonnetje de zandpaden af te zoeken en adders te zien. Of misschien wel de niet giftige gladde slang op jacht naar hagedissen. Geniet van de vele vogels zoals de in de top van een boom zingende geelgors of een roodborsttapuit.

Het Nationale Park is een bijzonder rijk gebied aan soorten insecten, reptielen, amfibieën, vogels en zoogdieren. Landschappelijk is het een uniek gebied voor Nederland omdat de hoogteverschillen gevormd zijn door aardbreuken. De Peelrandbreuk is daarvan de meest bekende. De dalen van de Roode Beek (zuiden) en de Bosbeek (noorden) hebben een specifieke begroeiing.

Startpunten:
Venhof, Venhof 2, 6075 NE Herkenbosch
De Boshut, Meinweg 2, 6075 NA Herkenbosch
Hotel St. Ludwig, Station 22, 6063 NP Vlodrop

Nationaal Park De Groote Peel

In het natuurgebied “De Peelen” beleeft u het indrukwekkende moerasgebied, het verleden en de bio diverse natuur die zich daaruit ontwikkeld heeft.

De menselijke invloed van dit paradijs voor natuurliefhebbers gaat terug tot de turfstekers die het veen vanaf de 13eeeuw hebben afgegraven en verkocht als “het goud van de Peel”. In dit door rust gekenmerkte landschap van water, heidevelden en zandruggen met berken en open vlakten heeft de natuur zich ongestoord kunnen ontwikkelen.

Tijdens onze excursies  willen wij aandacht besteden aan het mysterieuze landschap met zijn dieren en planten. Er komen honderden soorten broed- en trekvogels voor zoals trompetterende kraanvogels, blauwborst en geelgors. Ook is het gebied rijk aan insecten, amfibieën en reptielen en komen er wel 25 soorten zoogdieren voor.
Dan zijn er bijvoorbeeld ook nog het veenmos, dat 20 maal zijn gewicht aan water kan dragen, het pijpenstrootje, de zonnedauw, de lavendelheide en het wollegras.

De fantasie van mensen (mogelijk waren dat de elfjes) komt terug in verhalen, het kommervolle harde werken, vondsten (vuursteen, Romeinse helm) en de nieuwerwetse recepten in kookboeken.

Laat u alleen niet te veel afleiden door deze belevingen en zorg ervoor dat u waterdichte wandelschoenen hebt, het veen heeft al veel mensenlevens gekost en blijft gevaarlijk.

In dit 15 kmnatuurgebied kunt u ook zelf gaan wandelen over veenpuisten en knuppelbruggen. Dat kan bijvoorbeeld vanaf het bezoekerscentrum langs de met paaltjes gemarkeerde wandelroutes.

Startpunt:

Buitencentrum De Pelen, Moostdijk 15, Ospel.

Ga hier naar de website  van Nationaal Park De Groote Peel