Jaomerdal (Underste – en Bäöveste Meule)

Jaren voor Christus was er het gejammer van gewonde soldaten te horen. In de 15e eeuw stonden er 2 watermolens. Wat ooit de bovenste molen was is nu een hotel. De onderste molen staat nu werkloos in een villawijk.

Tussen Venlo en Tegelen ligt de overgang van hoog- naar laagterras.
In het beekdal (Molenbeekdal), langs de steilrand en de lijn Venlo – Tegelen stroomde vroeger een beek waarin 2 watermolens lagen. Door kleiwinning, in de omgeving van Tegelen, verloor deze beek zijn water en raakte de molens buiten gebruik. Door handmatige kleiwinning is er een afwisselend reliëf ontstaan. Kwelstromen vanaf het hoog terras fungeren plaatselijk als bronnen voor beken. Zo ontspringt de Wilderbeek op de overgang van hoog- naar midden terras.

Het gebied vormt een belangrijke schakel in de ecologische verbinding tussen de Maascorridor en het bosgebied Holtmühle. De verlaten zand-, klei- en grindgroeven zijn deels begroeid met bos. Je komt er bostypes als eikenbos-berkenbos en elzenbroekbos tegen. Ook kom je er poelen met een rijk amfibieënleven tegen. Op de zandgronden komen zeldzame plantensoorten als duizendguldenkruid, rankende helmbloem en ruige anjer voor. Het gebied is rijk aan vogels en paddenstoelen. In de steile wanden broedt de oeverzwaluw. De combinatie van nat en droog staat garant voor veel mossen, insecten en vleermuizen.
Aan de rand van het gebied liggen nog een aantal grafheuvels, een origineel stuk Romeinse weg en een landweer.

Startpunt:

Parkeerplaats van Bilderberg Hotel de Bovenste Molen Bovenste Molenweg 12, 5912 TV Venlo

 

 

Natuur, vestingwerken en oude fabrieken

In het voorjaar van 1845 vaart een schip langzaam weg uit het Bassin, de nieuwe binnenhaven van Maastricht. Het vrachtschip wordt voortgetrokken door een paard, een klein zeil helpt daarbij een beetje. Volgeladen met aardewerk uit de fabrieken van Petrus Regout gaat het schip op weg naar Holland. Daar zijn ze tuk op de goede en goedkope producten uit die hypermoderne Maastrichtse fabrieken met stoommachines. Eerst moet het schip voorzichtig door de omvangrijke vestingwerken manoeuvreren. Dit gaat moeilijk want er zijn enkele scherpe bochten te maken.  Die vestingwerken liggen als een nauwe ring om Maastricht heen om te voorkomen dat Franse legers ooit nog eens  Holland kunnen binnenvallen. Na het passeren van sluis 19 kan eindelijk de lange reis door de Zuid-Willemsvaart naar Den Bosch beginnen.

 

Ten noorden van de oude binnenstad van Maastricht ligt een bijzonder landschap. Restanten van de vesting Maastricht, oude industrie, een kanaal en moderne stadsontwikkeling maken het mogelijk om een reis door de tijd te maken van de late middeleeuwen tot in onze tijd. Mooi is te zien hoe de natuur stand weet te houden in dit door de mens gedomineerde gebied. Hier is het meest noordelijke leefgebied van de muurhagedis te vinden. Maar ook allerlei vogels en bijzondere planten kunnen we hier tegenkomen.

De wandeling voert door het oudste industriegebied van Nederland met een prachtige binnenhaven en kanaal. De Hoge Fronten worden bezocht. Hier is te zien hoe de stad vroeger werd verdedigd tegen vijandelijke legers. Het gebied is uitgegroeid tot een interessant natuurgebied. Het laatste deel van de wandeling voert door een wijk met de oudste sociale woningbouw van Maastricht, machtige kloostertuinen en een prachtig modern hofje.

Een deel van de wandeling gaat over onverharde paden en het kan modderig zijn. Er zitten enkele kleine, steile klimmetjes in de wandeling.

Filmhuis Lumière, Bassin 88, 6211 AK Maastricht. De excursie is ongeveer 4 kilometer en duurt 2 uur. Bij Lumière is de mogelijkheid om voor- of achteraf wat te gebruiken, maar in de directe omgeving is meer horeca te vinden.

Groote Heide

Vliegveld is bij velen het eerste woord dat bij hun opkomt bij natuurgebied De Groote Heide in Venlo. Dit komt door het Duits militair vliegveld dat er in de 2e wereldoorlog lag en het huidige zweefvliegveld. Toch gaat de  geschiedenis van dit gebied veel verder terug.

Miljoenen jaren geleden hebben de rivieren hier grind en klei afgezet. Door bewegingen van de aardkorst en het uitslijten van bodemlagen door de rivier is er een landschap met grote hoogteverschillen ontstaan.
Het huidige landschap is volledig gevormd door activiteiten van de mens. Het begon lang geleden met het kappen van de natuurlijke bossen. Daarna werden er heidevelden afgeplagd en begraasd. Na die periode werden gronden bebost of in gebruik genomen voor agrarische doeleinden. Tijdens de 2e wereldoorlog lag er een militair vliegveld en tot 1995 was het een militair oefenterrein. Voor de aanleg van het vliegveld is er kalkrijke grond aangevoerd. Op de plaats van de vroegere landingsbanen is voedselarm zand achter gebleven. Als deze ingrepen hebben sporen achter gelaten waardoor het nu een 260 ha groot gebied is met heel veel afwisseling. Je komt er naast elkaar heidevelden, grasland, loofbos, naaldbos en akkers tegen. De soortenrijkdom is gigantisch. Dat geldt  voor planten, mossen, insecten, paddenstoelen, reptielen en vogels. Opvallend is de zeldzame rode dopheide.
Het gebied grenst aan een uitgestrekt en afwisselend natuurgebied [Krickenbecker Seen] in Duitsland.

Startplaatsen

1. Parkeerplaats Louisenburgweg 32, Venlo
2. Infocentrum Groote Heide, Hinsbeckerweg 55, Venlo

Loobeekdal

Water en modder: stiekem houden we er allemaal van. Water in een landschap staat altijd garant voor een gevarieerd landschap met een rijke flora en fauna. Ten zuiden van het Venrayse dorp Merselo is het de meanderende loobeek, met zijn beekdal, die voor een rijk natuurgebied zorgt.

De Loobeek ontspringt in het Peeldorp Ysselsteyn en komt uiteindelijk via het afleidingskanaal en de molenbeek bij Boxmeer in de Maas. Van oorsprong was de hoofdfunctie ontwatering van landbouwgronden. Na herinrichting van het gebied is deze functie veranderd in die van waterberging en nieuwe natuur. Door het omleiden van Peelwater en maatregelen tegen riool overstort is de waterkwaliteit de laatste jaren sterk verbeterd. In het Loobeekdal komt ruimte voor de aanleg van een boerenschans en een watermolen (volmolen). 

Ten zuiden van Merselo kun je spreken over een kleinschalig landschap. Het is hier heerlijk stil. In het beekdal komen we elzen- en wilgenbossen tegen. Een merkwaardigheid in het gebied is een tienstammige els. Op drogere delen groeien berken- en naaldbossen. Je treft er bloemrijke vochtige graslanden aan die begraasd worden door rundvee.
Vooral bij nat weer zijn de wandelpaden in het beekdal moeilijk begaanbaar. Stevig schoeisel is beslist nodig.

Startplaatsen

  1. Bruggetje over de Loobeek 5804 BJ Venray
    (tussen Weversven en Haag)
  2. Dorpje Smakt, 5817 AD Smakt 

Naar de wegkruisen in en rond Eys

Wat zie je daar op de hoek van het kruispunt?  Op zoveel plekken in Zuid-Limburg, ook midden in het bos! Een man aan een houten kruis? Is daar een moord gepleegd?  Of moet het kruis juist onheil afwenden? Welke schietgebedjes zijn daar gedaan? Wie weet nog wat een schietgebedje is? Ga met ons mee en ontdek de verhalen achter dit typisch Zuid-Limburgse cultuurerfgoed.

 

Nergens vind je zoveel weg- en veldkruisen als in Zuid-Limburg. Ze geven een extra cachet aan het mooie landschap. Maar wat is de achtergrond van al die kruisen, hoe is het begonnen? Wat willen ze ons vertellen? Nieuwsgierig geworden?

We nemen u mee voor een korte dorpswandeling met onontdekte achterompaadjes of voor een uitgebreide natuurwandeling door het heuvellandschap rondom Eys. De gids vertelt u over de reden van plaatsing van de diverse kruisen, hun geschiedenis en betekenis.  Ook door hun relatie met bijzondere gebouwen, zoals de kerk, die de Duitse Graaf van Plettenberg liet bouwen of een schuilkelder uit de tweede wereldoorlog komt het verleden tot leven.

 

Maar misschien horen we onderweg ook roep van de buizerd of kunnen we de bloeiende meidoorn zien en ruiken. De combinatie van natuur en cultuur op deze tochten geeft een verdiepte beleving van het eigen karakter van Zuid-Limburg.

 

Afhankelijk van de interesse en/of de conditie van de groep kan gekozen worden voor een kortere (dorps-)wandeling langs een aantal wegkruisen, al dan niet met een klimmetje naar een mooi uitzichtpunt, of voor een langere natuurwandeling, met de kruisen als mooie intermezzo’s. Er is een noordelijke en een zuidelijke route beschikbaar. De afstanden variëren van 5-11 kilometer.

Startplaatsen:

  1. Herberg “Bie de Tantes”, Wittemerweg 29, 6287 AA Eys.
    2. Bernardushoeve, Mingersborg 20-22, 6367 JX Voerendaal (Voor de langste, noordelijke route)
    Afhankelijk van uw wensen kan er ook voor andere start en/of rustpunten gekozen worden.

Boschhuizerbergen

Bergen en duinen in Noord Limburg staan voor stuifduinen in een vlakke omgeving. Het voedselarme stuifzand is er in de laatste ijstijd naar toe gewaaid en op een gegeven  moment vastgehouden door de begroeiing. De open vlaktes in dit gebied, met zijn armzalige, soms grillige, begroeiing, kunnen er, vooral bij ruig weer, spookachtig uitzien.

Boschhuizen is een 60 hectaren groot stuifduinengebied bij ten noordoosten van Venray tussen de spoorlijn Venlo-Nijmegen en Landgoed Geijsteren. Het is genoemd naar het buurtschap ‘de Boschhuizen’.

De droge schrale zandgrond is ongeschikt voor akkerbouw. Om die reden liet men er in het verleden schapen grazen. Zo ontstonden er heidevelden met jeneverbesstruiken. Door intensieve begrazing van de heide verdween plaatselijk de begroeiing. Hierdoor ontstond er een stuifzandgebied met flinke hoogteverschillen. Die hoogteverschillen zijn nog steeds zichtbaar in het veelal begroeide landschap.
Van het heidelandschap zijn nog restanten over. Men beweert dat dit het grootste jeneverbesstruweel van Zuid-Nederland is. De zandverstuivingen zijn grotendeels aangeplant met dennen. Vroeger werden deze bomen geoogst voor het ondersteunen van mijnschachten. Door het sluiten van de mijnen zijn de bomen blijven staan en zijn de dennenplantages dominant geworden in het gebied. Her en der is men bezig met het vervangen van deze dennenbossen door natuurlijkere bostypes als het eiken berkenbos.
Aan de noordoostzijde zijn, in een laaggelegen zone, enkele met sloten doorsneden, moerassige weilanden en broekbossen aanwezig. Deze maken deel uit van een oude Maasmeander.
In de dertiger jaren wilde men het stuifduinengebied ontgingen en bebossen. Het redden van dit unieke landschap was één van de aanleidingen voor de oprichting van Stichting het Limburgs Landschap.

Startplaatsen:

parkeerterrein aan de Maasheseweg, bij de afslag naar Smakt

Steenuiltjes-Munstergeleen

Elfjes houden van afwisseling. Die vinden ze volop in de zuidoosthoek van de gemeente Sittard-Geleen. Daar, op de overgang van het plateau van Doenrade naar het Geleenbeekdal, zijn  droogdalen en holle wegen, hellingbossen en steengroeven, de laatste gevormd door de handen van mensen die hier ooit ook hun geriefhout zochten. In onze dagen heeft dat geleid tot grillige boomvormen en wortelgestellen waartussen de elfjes verstoppertje spelen.

 

In een halve krans wordt dit gebied ten oosten van de beek omsloten door Kollenberg (villawijk Sittard), Schelberg (Windraak), Wanenberg en Lippenberg (Puth). Het Stammenderveld (bij Sweikhuizen) en de Danikerberg (‘Daniken’ heet de belendende wijk van Geleen) zijn uitlopers van het plateau die raken aan de beek.

Het gebied staat bekend om de vele dassenburchten en als territorium van de korenwolf. Voor de voedselvoorziening van de laatste zijn afspraken gemaakt met de boeren. Een gedeelte van de oogst wordt gelaten aan deze hamsters zodat zij hun benaming eer aan kunnen doen. Muizen profiteren mee en dat komt weer goed uit voor het steenuiltje dat hier thuis is. De onbetwiste koning van het luchtruim hier is de buizerd wiens roep u als wandelaar niet kunt missen: “Pieuw, pieuw”.

De wandeling vergt wat van de kuitspieren, u daalt en u stijgt – een enkele keer tot op een haar na 100 m boven NAP – loopt over hobbelige of nauwe paadjes met wortelstronken en trappen. Onnodig te zeggen dat de wandeling niet geschikt is voor rolstoelen. Weidse panorama’s belonen uw moeite.

De weg wordt u gewezen door steenuiltjes – uitgesneden op palen – die steeds kijken in de richting waar u heen moet. Ook andere uit hout gesneden figuren komt u tegen. Vooral gidsen van IVN Munstergeleen kennen de plaatselijke elfjes; daarom wordt u aangeraden om voor deze route van deze gidsen gebruik te maken.

Startplaats:
voormalige IJsboerderij Coumans, Windraak 1, 6153AA Windraak. U parkeert 75 m verder links

Duits Lijntje

De wandeling voert door een cultuurlandschap met twee gezichten. Enerzijds de oude spoordijk met een besloten karakter en schilderachtige doorkijkjes. Dit voormalige tracé van het Duits Lijntje doorsnijdt bij Oeffelt een agrarisch landschap dat met zijn zachte glooiingen en kleinschaligheid geborgenheid herbergt en getuigt van een eeuwenoude traditie. Anderzijds is er de openheid van de Kleine Vilt bij Beugen: een mooi, waterig en vogelrijk natuurgebied.

Dit landschap vormt een karakteristiek onderdeel van de noordelijke Maasvallei. Het toont de vertrouwde landschapspatronen, ademt haar historie en verhaalt van de aardkundige geschiedenis.
De rode draad door onze wandeling wordt gevormd door twee ecologische verbindingszones of EVZ (schakels tussen natuurgebieden, waarlangs dieren en planten zich kunnen verplaatsen). Een natte EVZ langs de Oeffeltse Raam koppelt de natuurgebieden aan elkaar van Overloon in het zuiden tot Oeffelt in het noorden. Het Duits Lijntje fungeert als droge EVZ, de groene schakel tussen de natuurgebieden De Vilt in het westen en de Maasheggen in het oosten.

We kijken niet alleen naar de natuur, maar ook naar het landschap. Hoe kijken we? Daarvoor gebruiken we verschillende ‘brillen’. Met elke bril zien we iets anders. Wat zien we als we bijvoorbeeld door de bril van de historicus naar dit landschap kijken? Welke samenhang ontdekken we tussen vroegere tijden en de landschapselementen van nu? Wat vertelt het reliëf ons over de ontstaansgeschiedenis van het landschap gezien door de bril van de geoloog? Wat zien we als we de bril van de ecoloog opzetten? Wat zeggen dan de plantensoorten over de bodem waarop ze groeien? De gids helpt ons met verschillende brillen naar het landschap te kijken, zodat we het steeds anders beleven en waarderen en we er nog meer van genieten!

Startplaatsen:

1 De Vilt, 5835 Beugen, tussen Beugen en Oeffelt
2 Portaal Beugenseweg, 5441 AE Oeffelt.
   Handig vertrek- en eindpunt met voldoende parkeergelegenheid
In overleg kan een andere plek worden gekozen.

 

Groeningse Bergen en De Maasheggen

We steken de Limburgse grens over naar het Brabantse Boxmeer. Hier komen we in het plaatsje Groeningen waar ze beweren dat ze het oudste  landschap van Nederland hebben. De vorming ervan moet een  wisselwerking zijn geweest tussen natuur en mens. Niemand van ons was er bij toen dit maaslandschap met zijn meidoornhagen ontstond. Wel weten we dat zo’n 10.000 jaar geleden jagers/verzamelaars door dit gebied trokken en hun sporen hebben achter gelaten.

Ten oosten van Groeningen, tussen het dorp en de Maas, ligt het natuurgebied “De Maasheggen”. Het is een afwisselend gebied met landschapselementen als kleinschalige weilanden, akkerbouw, stroomruggen, oude maasarmen, maasuiterwaarden met de maasheggen, rivierduinen, bebossing en zandverstuivingen.
We bevinden ons hier op een rivierkleigebied. De aanwezige stuifduinen, Virtumse- en Groeningse bergjes genoemd, vormen hierop een uitzondering. Dit is zand, hetgeen aan de begroeiing zichtbaar is.
Maasheggen zijn tot hagen gevlochten meidoorn- en sleedoornstruiken die tot voor de tweede wereldoorlog dienden als perceelafscheiding en veekering. Door de opkomst van prikkeldraad en schrikdraad zijn ze verdwenen. In dit uiterwaardengebied gebied worden ze in stand gehouden.
Het gevarieerde landschap en het verschil in bodemtypes en bodemgebruik zorgen voor een rijke en afwisselende flora en fauna. De stekelige Maasheggen zijn uitstekende broedplaatsen voor vogels.

Startplaats:
Maasstraat in Groeningen doorrijden tot aan de bosrand

Mariapeel, Deurnese Peel en Grauwveen

Als je de taal van Limburgers en Brabanders vergelijkt dan is duidelijk dat deze bevolkingsgroepen in vroegere jaren van elkaar gescheiden waren. Er was een ondoordringbare natuurlijke grens: Moerasgebied De Peel.
Van dit ooit 30.000 ha grote hoogveengebied lukt het ons nu nog met moeite om 4500 ha als natuurreservaat te beheren.

Het 1400 ha grote peelgebied bij Helenaveen, Griensveen, IJsselstein en Deurne wordt aangeduid met Mariapeel, Deurnese Peel en soms als extra indeling het Grauwveen. (Het betrekkelijk kleine Peelrestantje het Grauwveen ligt ten noorden van de spoorlijn Helmond-Venlo).

Het meeste veen is verdwenen door turfwinning. Eerst kleinschalig door boeren, later fabrieksmatig door familie van de Griendt en de gemeente Deurne. De kleinschalige turfwinning is nog terug te zien aan de boerenkuilen langs Peelbanen. Dit zijn de wegen om turf per kar af te voeren. Familie van de Griendt en de gemeente Deurne hebben hun turf afgevoerd via kanalen (wijken). Ook deze zijn nog duidelijk zichtbaar in het landschap.

Door deskundig beheer is op diverse plaatsen de hoogveenvorming weer op gang gekomen. Dat vraagt veel beheerswerk. Het gebied moet nat blijven zonder dat er voedselrijk water binnen dringt. Daarnaast is het noodzakelijk om wildopslag van m.n. berken tegen te gaan. Dit doet men voor een deel met begrazers en voor een deel met machines.

Het huidige landschap kenmerkt zich door een rijke afwisseling van onder andere droge- en vochtige heideterreinen, moerasachtige gedeelten, open- en gesloten bossen, veenputten, wijken, vennen en open water.
Het gebied is rijk aan vogels en insecten. Pijpenstrootje en Heide zijn de meest dominerende plantensoorten.

Startplaatsen
Kamp Mariaveen, 5977 Evertsoord, Nederland

Mariapeel in Professors op stap