Stammenderbos

Ontdek deze groene parel en het leefgebied van de korenwolf, das, ijsvogel en het vliegend hert. Wandel langs boomgaarden, graslanden en hellingbossen. Langs de meanderende Geleenbeek vind je poelen, heggen en graften. Speur naar de ijsvogel en verbaas je over de bollen maretak in de bomen. Dit natuurgebied, dat onder beheer van Natuurmonumenten valt, herbergt de mooiste Beukenbossen van Nederland.

Dit landschap was 5 miljoen jaar geleden een vlakte op zeeniveau toen de zee zich terugtrok. De Maas stroomde breed door een wirwar van beddingen. Ruim 2 miljoen jaar geleden kwam de riviervlakte omhoog en verplaatste de Maas zich van Oost naar West waardoor duidelijke traptreden in het landschap ontstonden. Dat zijn de terrassen waarin beken en rivieren zijn uitgeslepen. Zo ontspringt de Geleenbeek, die veelvuldig te zien is, in een put op een boerenerf in Benzenrade waarna ze na 37 km in Roosteren in een grindgat in de Maas uitmondt.

In vroeger tijden waren de Bokkenrijders in dit gebied gevreesd als een bende dieven, afpersers en plegers van gewelddadige berovingen. De naam Sweikhuizen is afkomstig van Zweihuizen met het Stammenhof als boven huis en de Biesenhof als Benedenhuis.

 

Startpunten:

  1. Restaurant / brasserie Biesenhof, Biesenweg 1, 6164 RB Geleen 
    2. Gasterie de Bokkereyer, Bergstraat 1, 6174 RN Sweikhuizen
    3. Kasteel Terborgh, Heisterbrug 119, 6365 CC Schinnen 

Alle 3 met ruime parkeerplaats.

 

De Romeinse Vallei

Toen lang geleden een groepje gepensioneerde en welgestelde Romeinse krijgslieden door dit gebied trokken, op zoek naar een geschikte woonplek, konden ze hier hun eigen ogen niet geloven. Een bos, met een verbazingwekkende variatie aan bomen, deed hen versteld staan! Dan móest de ondergrond heel erg vruchtbaar zijn… Ze verkenden het gebied en ontdekten niet alleen dat de grond zeer vruchtbaar was, maar ook dat er kalksteen in zat. Hárde kalksteen, waarmee ze grote stevige villa’s konden bouwen.

De ligging ten opzichte van de nabij aangelegde Romeinse wegen was ideaal; Aken, Maastricht en Heerlen lagen binnen handbereik. De Romeinen besloten zich hier te vestigen, gingen aan de slag, kapten bomen en staken struiken in brand…. een machtig vuur… Een gedeelte van de vrijgekomen grond gebruikten ze als akkerland. Dank zij de kalkrijke ondergrond kon er zelfs twee keer per jaar geoogst worden. Dat hun woon-, werk- en rustplek precies op de huidige landsgrens tussen Duitsland en Nederland lag, konden de Romeinen toen niet weten. Dank zij de diverse opgravingen en de vondsten in dit gebied, weten we dat de doden in askisten werden begraven, op zichtafstand van de villa’s. De zandstenen sarcofaag van Bocholtz is daar een bekend voorbeeld van.

De akker- en weidegronden zijn nog steeds in gebruik; zij vormen met de bosjes en wegbermen een prima woon- en leefgebied voor een diversiteit aan planten en dieren. In het voorjaar kan men genieten van overvloedig bloeiende en geurende meidoornbloesem en met een beetje geluk hoor je er het hoogste lied van de veldleeuwerik.

De ontstaansgeschiedenis toont nog meer sporen uit het verleden. Láng voordat de Romeinen zich hier vestigden, stroomde er de Oostmaas en liet de zacht glooiende hellingen en het Maasgrind achter. Recenter is het verdedigingswerk uit de Middeleeuwen, de Aachener Landgraben. Je kunt de Landgraben bijna voelen onder je voeten.

De vroegere spoorlijn, aangelegd in 1853 tussen Maastricht en Aken, doorkruist het gebied. Nu maakt de ZLSM gebruik van een gedeelte van deze spoorlijn met de toeristische Schienenbus Simpelveld-Vetschau.

De Duitse Westwall, de verdedigingslinie uit de 2e wereldoorlog is zichtbaar in de vorm van de betonnen ‘drakentanden’. 

Startpunten:

  1. Parkeerplaats sporthal, Wijngracht 9, 6351 HJ Bocholtz (Gemeente Simpelveld)
    2. Horecagelegenheid Hoeve Scholtissenhof, Heiweg 1, 6351 HP Bocholtz (Gemeente Simpelveld).

 

K

Nationaal Park De Meinweg

Het Elfenmeer, de Vossenkop, dolende Witte Wieven, een moord, sprookjesachtige vijvers, smokkelpaden, een mijn die niet doorging, glooiingen, een roemruchte spoorlijn, adders, verrast kijkende reeën en voorbijschietende herten. Dit is Nationaal Park de Meinweg in een paar pakkende thema’s.

De Meinweg, een gebied dat eeuwenlang gemeenschappelijk nut had voor de bewoners van zo’n vijftien omliggende dorpen. De naam Meinweg is afgeleid van “gemein” wat in het oud-Nederlands zoiets als gemeenschappelijk betekende. Het ging daarbij bijvoorbeeld om het sprokkelen van hout of het laten grazen van vee. Maar ook een gebied waar je je ’s nachts beter niet kon vertonen. Optrekkende nevels lieten mensen verdwalen. Of waar smokkelaars en hun tegenpolen, de commiezen, onverwacht je pad konden kruisen. Dat ging er vaak niet zacht aan toe. En al die geheimzinnige geluiden: in de verte roepende bosuilen, de opschrikkende reeën of de wilde zwijnen die je ’s nachts als donkere schimmen weg ziet schieten.

Overdag is De Meinweg een heerlijk gebied om te vertoeven. De prachtige glooiingen, de onderaan de steilranden van de geologische storingen gelegen vennen zoals de Rolvennen en het Elfenmeer. Beproef je geluk eens door in de lente ’s morgens, bij een al verwarmend zonnetje de zandpaden af te zoeken en adders te zien. Of misschien wel de niet giftige gladde slang op jacht naar hagedissen. Geniet van de vele vogels zoals de in de top van een boom zingende geelgors of een roodborsttapuit.

Het Nationale Park is een bijzonder rijk gebied aan soorten insecten, reptielen, amfibieën, vogels en zoogdieren. Landschappelijk is het een uniek gebied voor Nederland omdat de hoogteverschillen gevormd zijn door aardbreuken. De Peelrandbreuk is daarvan de meest bekende. De dalen van de Roode Beek (zuiden) en de Bosbeek (noorden) hebben een specifieke begroeiing.

Startpunten:
Venhof, Venhof 2, 6075 NE Herkenbosch
De Boshut, Meinweg 2, 6075 NA Herkenbosch
Hotel St. Ludwig, Station 22, 6063 NP Vlodrop

Nationaal Park De Maasduinen

De Maasduinen vormen de langste rivierduinengordel van Nederland. Zij zijn door de eeuwen heen ontstaan uit het samenspel van water, wind en de mens vanaf de tijd dat de Maas nog een zijrivier van de Rijn was. Als je stil bent hoor je de bomen fluisteren, kun je uilen horen roepen in de nacht en zie je dieren in en om de bomen spelen. Of waren het toch de zwervende smokkelaars, de dryaden tussen de bomen of de witte wieven boven de vennen.
Je kunt wandelen of fietsen over de maasterrassen, waarvan het oudste 400.000 jaar geleden gevormd is. Tijdens de laatste ijstijd zijn, toen de wind vrij spel kreeg, paraboolduinen en streepduinen op het laagterras gevormd. De zoektocht naar de bijzonder gevormde en kronkelige eiken, de klokjesgentiaan, bever, vleermuis, gladde slang, zandhagedis, hazelworm, buizerd of doortrekkende kraanvogels kan op een aantal plaatsen beginnen. Wij willen er een paar noemen.

 

Parkeerplaats uitkijktoren Straelens broek, Hanikerweg 73, 5943 NA Lomm. Noordelijk ligt het moerasgebied het Straelse Broek met het cultuurhistorisch dubbelfort Fossa Eugeniana, een grote verdedigingsschans, bestaande uit hoge aarden wallen en droge grachten waarlangs een kanaal van Napoleon nog zichtbaar is. Op de uitkijktoren heb je een mooi uitzicht, met de stijlrand en kwelzones die het moeras voeden.

Parkeerplaats van Brouwerij Hertog Jan, Kruisweg 44, 5944 EN Arcen. De reis gaat (al dan niet na een bezoek aan de brouwerij) via Landgoed de Hamert naar het koningsgraf omringd door heidevelden en meertjes. We bereiken het Geldersch Nierskanaal met zijn schitterende beekvallei met bevers en broedende vogels als de ijsvogel en specht.

Parkeerplaats de Voort, Bongveldweg, 5943 Lomm. Iets meer zuidelijk bij Lomm liggen de Ravenvennen met de Witte berg en het libellen reservaat. Dat is ook het domein van amfibieën als de zeldzame boomkikker, de heidekikker en kamsalamander.

Parkeerplaats Zwart Water in Velden, Schandeloselaan, ten noorden van Venlo. Deze ligt nog zuidelijker. Hier komen de knoflookpad en alpenwatersalamander voor. In de herfst is de diversiteit aan paddenstoelen uniek.

De Grensmaas

Stel, je bent een visarend, een ijsvogel of een watersnip, dan vlieg en struin je net zo lang langs de Grensmaas tot je je voedsel of nestplek hebt gevonden.

‘Plan Ooievaar’ heeft het rivierenlandschap sterk veranderd. Struin als mens ook eens langs deze prachtige natuur in ontwikkeling, over koeien- en paardenpaadjes en beleef de dynamiek van de Grensmaas en haar mooie en aparte natuur.

De Maas in Zuid-Limburg kennen we allemaal als dé veroorzaker van overstromingen maar ook van de scheepvaart of drinkwatervoorziening.

De Grensmaas is het niet bevaarbare deel en loopt van Maastricht/Lanaken tot Wessem/Kessenich in Midden-Limburg. Deze is al sinds 1839 de grens tussen Nederland en België.

Sinds 1987 (‘Plan Ooievaar’) is er meer aandacht gekomen voor natuur langs de rivieren en met name toen grindwinning gepaard kon gaan met natuurontwikkeling.

Gebieden langs de Maas gingen op de schop, de Grensmaas mocht haar dynamiek weer tonen en zo ontstonden grindbanken, oeverwallen en veranderende stromingsgebieden. Een feest om dit te ervaren, zeker als je niet op gebaande paden hoeft te lopen, maar zoals de vogels, insecten, runderen en paarden door dit gebied kan afstruinen.

Startpunten:

1. sluis of kerk van Borgharen
2. Meers
3.  Wessem 

De gids weet de beste plekken aan te geven.

Het Heuvelland

Volg Eli Heimans, de hazelmuis, das, streepwants of koninginnenpage! Dan heb je steeds weer een andere natuurbeleving in het unieke Heuvelland met vele vergezichten, meanderende beken, holle wegen, hellingbossen en knusse dorpen met vakwerkhuizen.

Uniek voor Nederland, hier komt het carboon aan de oppervlakte, waarneembaar in de Heimansgroeve.

“Als ik hier burgemeester was liet ik een bord zetten met: Natuurmonument!! Eenig in Nederland! In de aandacht en hoede van inwoners en toeristen aanbevolen!” zo schreef Eli Heimans in 1911 over het Zuidelijk Geuldal onder Epen in het wandelboekje “Ons Krijtland”.

Hij had veel uitroeptekens nodig om zijn enthousiasme voor dit gebied te benadrukken.

Nu ruim 100 jaar later kan je hier nog van dat mooie landschap genieten, met de Geul, de Gulp en de vele zijbeken, die dit landschap hebben gevormd.

Het Heuvelland bestaat uit een landschap met ‘heuvels’ en dalen, meanderende beken, kalksteengroeves en grindgroeves, pittoreske dorpjes met vakwerkhuizen en boeiende hellingbossen.

De bijbehorende flora is hierdoor uniek voor Nederland. De Zuidelijke ligging met vele kleine landschapselementen, maakt de fauna ook heel divers van aard. We komen de hazelmuis, korenwolf en das tegen, maar ook de streepwants en koninginnenpage.

Startpunten:

Het Heuvelland is zo’n groot gebied waarbij starten uit ieder dorp vanaf de kerk mogelijk is na overleg met de gids. Bijvoorbeeld achter de kerk bij Bemelen met de Bemelerberg en Roemers eetcafé na afloop of bij Holset gemeente Vijlen Vaals bij Lambertuskerk Holset 66 met na afloop een drankje in Herberg oud Holset.

Een paar startpunten in en om Epen met horeca (zie IVN-wandelboekje ‘9 wandelingen in de voetsporen van Eli Heimans’) zijn aan te bevelen, zoals parkeerterrein ’t Patronaat, Wilhelminastraat 39 te Epen, Camping Rozenhof Camerig 12 te Vijlen-Vaals, parkeerterrein bij hotel Ons Krijtland, Julianastraat 22 te Epen, parkeerterrein bij Herberg De Smidse Molenweg 9 te Epen.

Brunssummerheide

Het is net een schilderij, de Brunssummerheide: groen van de naaldbomen, paars van de heide, bruin van de bruinkool, grijs van de klei, wit van het zilverzand en tot slot, dwars door de heide, de Rode Beek. Deze beek dankt zijn naam aan een bloedig treffen tussen de Romeinen en een stam uit Hessen.

Een groot, stil cultuurlandschap, waarin dit palet van kleuren te zien is, gelegen in een groter gebied met veel zichtbare overblijfselen uit het mijnverleden.

De Brunssummerheide, zoals wij deze nu kennen, is een cultuurlandschap. De heidevelden die wij aantreffen, zijn restanten van eens uitgestrekte heidevelden. De bodem onder de heide bleek, in vroeger tijd, een bron van grondstoffen te bevatten. Ondermeer bruinkool, zilverzand en klei. Dit is de reden dat her en der het landschap werd omgeploegd. Het dekzand werd gestort op een hoogveengebied, waar nu de zandvlakte is. Een oude bruinkoolgroeve is nu visvijver (de koffiepoel) en recreatiegebied. Een zilverzandgroeve werd vuilstortplaats, vervolgens afgedekt en later weer later bebouwd en er kwam het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten.

In het gebied van de Brunssummerheide treffen we veel planten en vogels aan. We zien bijzondere planten zoals het heidekartelblad en de zonnedauw. Verder komen er de nachtzwaluw, de hoogveenglanslibel, heivlinder voor.

Deze bijzondere flora en fauna maakt ‘het schilderij’ van de Brunssummerheide compleet.

Startpunten

1. Parkeerterrein bij het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten, schaapskooiweg 101, Heerlen. Hier is horeca aanwezig.
2. Manege Ouverbergstraat 2-4 6445 PC Brunssum
3. Parkeerplaats aan de Puddelerweg, nabij IVN De Oude Landgraaf.

 

Sint Pietersberg / Jekerdal

Zweef als zuidelijk insect over de Kalkgroeve en ervaar de warmte in de groeve. Duik in de geologie van 70 miljoen jaar geleden met haar fossielen en ervaar welke planten en dieren zich hier hebben ontwikkeld. Maar vergeet niet de rest van de achtertuin van Maastricht te ontdekken, namelijk het Jekerdal met haar bijzondere wijnbouw en mooie boerenhoeves of de Cannerberg met haar Bandkeramiek-verleden. Dit alles op loopafstand.

Jac. P. Thijsse, geboren in Maastricht en grondlegger van de veldbiologie, zag de Sint Pietersberg als hét florabastion met kalkgraslanden, uniek voor Nederland. Hij wilde rond 1923 al ageren tegen de kalkwinning. Ondanks dat er veel bijzondere natuur verloren is gegaan heeft de kalkwinning ook positieve zaken opgeleverd. Zuidelijke sprinkhanen (blauwvleugel sprinkhaan) en vlinders (dambordje) tot bijzondere paddenstoelvliegen, vinden een plekje in deze warme groeve. En natuurlijk de bekende oehoe, de grootste uil, die al meer dan 10 jaar jongen in de Enci-groeve grootbrengt. Als er geen kalkwinning was geweest dan hadden de geologen nooit de verschillende soorten Mosasaurussen gevonden, zoals “Ber”, “Carlo” en “Lars” en jl. de aparte haaientanden.

Vanaf de Sint Pietersberg heb je mooi uitzicht op het Maasdal. Aan de westkant een prachtig zicht op het Jekerdal en de Cannerberg met haar terrassenkasteel Château Neercanne tegen de beboste helling met voorjaarsflora. En, bovenop de Cannerberg de sporen van de Bandkeramiekers. De moeite waard om van dit bijzonder mooie Jekerdal en haar bekende ‘bergen’ te genieten. Ook hier gaat de cultuurhistorie, geologie en natuur hand in hand!

Startpunten:

Voor de hand liggende startplaatsen voor de Sint Pietersberg zijn: 

1. horeca op het transferium van de Pietersberg

Slavante aan de oostkant van de berg

3 Chalet Observant vanaf de noordkant

4 Natuurtuinen Jekerdal. vanuit de basis van IVN Maastricht aan de westkant.  Vanaf de Natuurtuinen kan er ook gestart worden voor de Jekerdal-wandelingen

5 markt in Kanne helemaal aan de andere kant in België.

6 Château Neercanne / Jezuïetenberg. het parkeerterrein in het bos bij 

Landgoederen Geuldal

Hoor het verhaal van de Romeinen langs de Via Belgica, de Bokkenrijders in de donkere duisternis, de landgoedeigenaren met hun kastelen of de blokbrekers in de kalksteengroeves. In het gebied tussen Schin op Geul en de Geuldelta (en Kanjel) ten Noorden van Maastricht hebben veel personen hun sporen achtergelaten, omdat het Geuldal daar breder is. Wij gaan deze mooie en aangename omgeving verkennen.

De Geul stroomt van Oost naar West en is daarmee de langste beek in Zuid-Limburg. Na haar oorsprong in België stroomt zij van Cottessen naar Voulwammes bij Bunde, waar ze met diverse zijtakken in de Maas uitmondt. Op diverse plaatsen mag de Geul meer meanderen en worden de oevers en overstromingsgebieden weer natuurlijker beheerd. Gallowayrunderen en Koninkpaarden helpen daarbij, maar ook de bever is er actief.

De bijzondere flora en fauna heeft zich mede hierdoor ontwikkeld met overgangen naar hellingbossen en kalkgraslanden. Bijzondere kalksteen- en grindgroeves, van cultuur-historische waarde, ontwaren wij in het landschap. Ook treffen we langs de oevers van de Geul nog diverse werkende molens aan. In het mooie Geuldal ziet men prachtige kastelen, mooie landhuizen en bijzondere kloosters.

Een voorbeeld is het hierboven afgebeelde kasteel Schaloen. Dit kasteel is in de 12eeeuw uit mergel opgetrokken. Stroomafwaarts komen wij achtereenvolgens bij ‘kasteel Oost’, ‘kasteel Geulzicht’, en het kloosterlandgoed Houthem Sint Gerlach. Dit landgoed heeft een mooi gerestaureerde baroktuin, een kleinschalige rozentuin en een boerenkruidentuin. Het natuurontwikkelingsgebied Ingendael ligt er vlak bij. Nog verder stroomafwaarts komen wij bij ‘kasteel Vaeshartelt’. De daarbij liggende ‘tuinen van Maastricht’ worden ook door leerlingen van de Hotelschool gebruikt om maaltijden te verrijken.

Startpunten

Bijvoorbeeld:
1. Park & Ride, Hoekerweg, Maastricht Noord.
2. Buitenplaats Vaeshartelt, Weert 9, 6222 PG Maastricht.
3. Chateau St. Gerlach, Joseph Corneli Allee 1, 6301 KK Valkenburg aan de Geul
4. Kasteel Schaloen, Oud Valkenburg 1, 6305 AA Schin op Geul

Nationaal Park De Groote Peel

In het natuurgebied “De Peelen” beleeft u het indrukwekkende moerasgebied, het verleden en de bio diverse natuur die zich daaruit ontwikkeld heeft.

De menselijke invloed van dit paradijs voor natuurliefhebbers gaat terug tot de turfstekers die het veen vanaf de 13eeeuw hebben afgegraven en verkocht als “het goud van de Peel”. In dit door rust gekenmerkte landschap van water, heidevelden en zandruggen met berken en open vlakten heeft de natuur zich ongestoord kunnen ontwikkelen.

Tijdens onze excursies  willen wij aandacht besteden aan het mysterieuze landschap met zijn dieren en planten. Er komen honderden soorten broed- en trekvogels voor zoals trompetterende kraanvogels, blauwborst en geelgors. Ook is het gebied rijk aan insecten, amfibieën en reptielen en komen er wel 25 soorten zoogdieren voor.
Dan zijn er bijvoorbeeld ook nog het veenmos, dat 20 maal zijn gewicht aan water kan dragen, het pijpenstrootje, de zonnedauw, de lavendelheide en het wollegras.

De fantasie van mensen (mogelijk waren dat de elfjes) komt terug in verhalen, het kommervolle harde werken, vondsten (vuursteen, Romeinse helm) en de nieuwerwetse recepten in kookboeken.

Laat u alleen niet te veel afleiden door deze belevingen en zorg ervoor dat u waterdichte wandelschoenen hebt, het veen heeft al veel mensenlevens gekost en blijft gevaarlijk.

In dit 15 kmnatuurgebied kunt u ook zelf gaan wandelen over veenpuisten en knuppelbruggen. Dat kan bijvoorbeeld vanaf het bezoekerscentrum langs de met paaltjes gemarkeerde wandelroutes.

Startpunt:

Buitencentrum De Pelen, Moostdijk 15, Ospel.

Ga hier naar de website  van Nationaal Park De Groote Peel